Terugblik Smart Start – 28 maart 2023

‘Wat kan de Smart Start-manier van denken en werken je brengen? Welke concepten zijn er ontwikkeld om intergenerationele problemen bij jeugd en gezinnen te doorbreken? En hoe kun je zelf in de praktijk aan de slag gaan?’ Hierover deelden de 80 nieuwsgierige deelnemers tijdens de Inspiratiesessie Smart Start hun kennis en ervaringen. Met eerst interviews door Teun Brand en een verhaal van Pieter Tops. En na de pauze deelsessies over taal, het jonge kind, data en design thinking en persona’s.

Smart Start – pilots & concepten

‘Van genezen naar voorkomen’

Wethouders Marielle Doremalen (Gilze en Rijen en lid van de stuurgroep Smart Start) en Dilek Odabasi-Seker (Waalwijk) zijn beide bekend met de weerbarstigheid van intergenerationele problemen in gezinnen. Gemeenten doen er met hun netwerkpartners alles aan die op te lossen. ‘’Maar vooruitblikken is zo hard nodig om problemen te voorkomen’’, geven beide dames aan. ‘’Wetenschappelijk onderzoek en data-analyses leggen risicofactoren bloot die tot nadenken stemmen en om handelen vragen. Als gemeente kun je je beleid hiermee beter laten aansluiten op dat wat de kwetsbare doelgroepen daadwerkelijk nodig hebben.’’ Zowel Gilze en Rijen als Waalwijk zijn dan ook zelf betrokken bij één of meerdere Smart Start-projecten, naast gemeente Tilburg, Heusden en Goirle.

Teun Brand, Lian Smits en Dilek Odabasi-Seker

Lian Smits (bestuurder Sterk Huis en stuurgroep Smart Start) stond aan de wieg van het programma Smart Start. Zij doet ook nu nadrukkelijk de oproep te stoppen met het dweilen, terwijl de kraan openstaat. “Als we preventie op een andere manier invulling geven, door een combinatie van kennis, data en het bedenken van mogelijke oplossingsrichtingen met een brede doelgroep, dan kunnen we samen duurzaam inzetten op het voorkomen van probleemsituaties.” 

‘Alles enkel dataficeren is niet de oplossing, blijf ook het menselijk oordeelsvermogen een rol geven.’

Pieter Tops neemt alle aanwezigen mee in zijn visie op de aanpak van jeugdcriminaliteit en de rol die data daarbij kunnen spelen. ‘’Strafrecht is nodig, maar in de kern hebben we te maken een sociaal vraagstuk. Er is altijd een aanleiding die een jongere doet besluiten tot crimineel handelen. Enkel straffen voor de daad leidt niet tot het duurzaam voorkomen ervan én helpt de jongere niet. Daarom moeten we breed, systemisch, kijken naar de jongere en zijn omgeving.’’

De bijzonder hoogleraar JADS ziet graag dat er meer ruimte komt voor gedreven professionals. ‘’Heb het vertrouwen dat hij of zij weet wat er op dat moment nodig is en daarnaar handelt. En stelt iemand daar vragen over? Steun de professional. Informatie is hard nodig om de probleemsituatie te doorgronden en oplossingen te bedenken; data, feitelijke gegevens, maar zeker ook de informatie ‘op straat’, die in de hoofden en harten van professionals zit.’’ Het wegnemen van bureaucratische hobbels is ook nodig, aldus Pieter Tops. ‘’Verdeel het werk slimmer, laat de professional in de wijk niet zoveel tijd besteden aan administratie. Verbale verslaglegging kan met de techniek van nu al. En zorg voor verhalen die gedragen worden, door alle mensen die ertoe doen in het aanpakken van de problemen.’’

Pieter Tops

In een reflectie op het verhaal van Pieter Tops ziet Patricia Prüfer (Centerdata en hoofdonderzoeker Smart Start) dat zijn verhaal goed aansluit op Smart Start- denken en -werken. ‘’De maatschappelijke vraagstukken vragen om een relationele aanpak. We beginnen dan ook niet bij de data, maar bij de beschikbare onderzoeken èn de kennis en ervaringen van een brede groep mensen. Die met de problematiek te maken hebben en professionals die met hen werken. Om daarmee het sociale vraagstuk helder op tafel te krijgen. Daarna volgt een data-analyse van waaruit bijvoorbeeld doelgroepen (persona’s) gedefinieerd kunnen worden; met wie we in design thinkingprocessen interventies ontwikkelen. Deze stap naar de sociale werkelijkheid, samen met de brede doelgroep, en ook altijd de belanghebbenden, is cruciaal. In de CBS-omgeving werken onze onderzoekers met gepseudonimiseerde huishouddata; maar de analyses zelf altijd op wijk- of gemeenteniveau. De verrijking die erna plaatsvindt, met bijvoorbeeld aanvullende interviews, bestuderen van wijkdata en zeker ook de designsessies maken dat we collectieve preventieve concepten kunnen ontwikkelen, die aansluiten bij behoeften van de mensen om wie het gaat.’’

Patricia Prüfer, hoofdonderzoeker bij Smart Start

Deelsessies – De diepte in op thema’s Het jonge kind, data, taal en persona’s

Het jonge kind

Hoe kunnen we er met elkaar voor zorgen dat er minder kinderen in de eerste 1000 dagen met (ontwikkel)armoede te maken krijgen? Hierover gaat een van de recent gestarte Smart Start-pilots, onder leiding van Astrid van de Griendt. De kansen van een kind worden al voor de conceptie beïnvloed. De omgeving van een kind voor, tijdens en na de geboorte blijkt een belangrijke voorspeller te zijn van fysieke en/of mentale problemen op latere leeftijd, wat ook weer doorwerkt op volgende generaties. Armoede en stress hebben veel invloed op het gezond en veilig opgroeien, en deze invloed wordt groter wanneer er in het gezin ook sprake is van een scheidingsproblematiek of bedreiging door geweld of verwaarlozing. Een kind dat opgroeit in een gezin waar deze factoren aanwezig zijn heeft een groot risico achterstand op te lopen, een achterstand die bijna niet meer in te halen is. De eerste 1000 dagen in het leven van een kind zijn van dus cruciaal belang. Zie ook: Pilot Opgroeien in ontwikkelarmoede – Smart Start (programmasmartstart.nl)

Dit blijkt uit veel wetenschappelijk onderzoek; de plek van de wieg bepaalt in grote mate de kansen van kinderen. Een van die onderzoekers is Marion van de Heuvel (Tilburg University); zij vertelde over de biologische effecten van (ontwikkel)armoede. Marion: ‘’Als we de aanstaande moeders van nu “helpen”, helpen we ook hun dochters en zelfs hun kleindochters! De eicellen van een meisjesbaby worden immers al tijdens de zwangerschap aangemaakt en genetisch gevormd. Armoede, stress, slechte voeding, roken, alcoholgebruik, drugsgebruik, slechte omgeving (bijvoorbeeld fijnstof, lood) hebben een daar grote invloed op.”

Data

Als we het bij Smart Start hebben over data, wat bedoelen we dan? En welke data verzamelen en analyseren we? Patricia Prüfer, hoofdonderzoeker bij Smart Start, schetst het stappenplan van Smart Start. Waarbij het formuleren van de onderzoeksvraag en het bestuderen van al beschikbare onderzoeken de eerste stappen zijn: de basis voor de indicatoren waarbij databronnen gezocht worden. Bijna alle pilots maakten gebruik van CBS-microdata die datascientists van Centerdata analyseerden, soms met lokale uploads naar de CBS-omgeving. Ook werken we met vragenlijstonderzoek, op maat gemaakt of op basis van onderzoek naar advanced childhood experiences, negatieve jeugdervaringen die een leven lang doorwerken op de gezondheid, mentaal en fysiek. Voor elke pilot bepalen we de best passende methode. Zie ook de Toolkit Data: Start – Smart Start (besmartstart.nl)

Na Patricia is het woord aan Maarten den Braber, onder andere werkzaam voor het initiatief Geïntegreerde regionale data infrastructuur Achterhoek. Maarten legt uit waarom zorgorganisaties als ziekenhuizen en GGD werken aan het realiseren van een regionale data infrastructuur, hoe zij dat doen en wat we ervan kunnen leren. Behalve een visie op datainfrastructuur, is er nu ook een governancevisie. Over die structuur: verkend wordt hoe partners privacyproof data kunnen delen en gecombineerd kunnen analyseren, voor zowel preventie als curatie. Zonder de data daadwerkelijk samen te hoeven voegen; de techniek laat dat inmiddels toe. De governance vraagt om bestuurders en managers die de meerwaarde van datascience zien en uitdragen, en in hun organisaties en gezamenlijk concreet aan de slag gaan. Met datascientistst en datastewards, en altijd samen met de inhoudelijke professionals. Meer weten? Hoe zetten we data in voor inzicht in gezondheid? – HealthKIC

Taal

In Eindhoven startte Garage2020 i.s.m. Smart Start de pilot What’s Next Junior; een soort Netflix, maar dan voor boeken. Op basis van een eerder gelezen boek geeft de app jonge kinderen aan welke andere boeken je mogelijk ook leuk vindt om te lezen. De app wordt nu getest en is ontwikkeld samen met de Bibliotheek en het onderwijs. Zie ook: Pilot Eindhoven – Smart Start (programmasmartstart.nl)

Het kunnen begrijpen wat iemand zegt en zelf kunnen uitleggen wat je bedoelt is ontzettend belangrijk. Taal is de basis om goed te functioneren in de maatschappij. Lezen bevordert iemands taalgevoel en -ontwikkeling. Het is belangrijk is om de leesmotivatie bij jongeren aan te wakkeren, want als zij op jonge leeftijd lezen al leuk vinden is de kans groot dat ze dit blijven doen. Kinderen die veel lezen ontwikkelen daarmee een beter gevoel voor taal en breiden hun woordenschat uit. Die leesmotivatie is al aan te wakkeren vanaf de geboorte; als iemand voorleest.

Een ander mooi initiatief is de wijkleesfunctionaris in Tilburg West. Er zijn veel initiatieven die lezen stimuleren. De wijkleesfunctionaris zorgt ervoor dat alle initiatieven in beeld komen, knoopt ze aan elkaar waar mogelijk en speelt in op dat wat er dan nog blijkt te missen. Om zo nog meer mensen aan het lezen te krijgen. Zie ook: Pilot Onderwijs Tilburg – Smart Start (programmasmartstart.nl)

Deelsessie Taal met Teun Brand
Persona’s

Naast data is design thinking een belangrijke bouwsteen van Smart Start: een creatieve aanpak om complexe problemen op te lossen en nieuwe ideeën te ontwikkelen. In het design thinkingproces krijg je namelijk meer inzicht in de behoeften, emoties en gedrag van de doelgroep. Eén manier om je hierin de verdiepen is het maken van een persona.

Gerry Leijten vertelt over het Smart Startproject in Goirle, waarin men nadacht over hoe te bepalen wat nodig is om kinderen zonder ontwikkelachterstand op de basisschool te laten starten. ‘’Op basis van interviews met ouders van deze kinderen hebben we persona’s gemaakt. Tijdens de design thinkingsessies hebben we deze persona’s gebruikt om beter te kunnen verplaatsen in de leefwereld van ouders. Dit heeft ervoor gezorgd dat de ontwikkelde innovatie, de ontmoetgroep, aansluit bij de behoeften van de doelgroep.’’ Zie ook: https://programmasmartstart.nl/pilot-kindcentra-goirle/

Smart Start liet zich al eerder inspireren door de persona’s die de Stichting De Vonk ontwikkelde. In deze deelsessie introduceert Marja Wittenbols Selma. De persona Selma toont scherp aan dat iemand met dezelfde persoonlijke situatie heel ander gedrag kan vertonen. Inzichtgevend voor communicatie en te bieden ondersteuning! Ook maakte De Vonk een praktische signalenkaart voor hulpverleners. Zie ook de toolkit perona’s: Persona – Smart Start (besmartstart.nl)

Lenke Balogh van Sterk Huis vertelde over de ontwikkeling van de persona Jailey: zij staat voor een groep jonge cliënten van Sterk Huis (voorbeeld persona). Sterk Huis ontwikkelt persona’s samen met cliënten en gebruikt deze onder andere om nieuwe medewerkers bewust te maken van de cliëntgroepen met wie zij gaan werken of in trainingen. Ook moeten de persona’s helpen om bijvoorbeeld verwijzers een concreter beeld te geven van mogelijke cliëntgroepen en hoe bepalend levensgebeurtenissen voor hen zijn. Zie ook de toolkit perona’s: Persona – Smart Start (besmartstart.nl)

Deelsessie Persona’s met Marja Wittenbols

Presentaties deelsessie

Alle presentaties van de deelsessies kun je teruglezen via deze link: Deelsessies Inspiratiesessie Smart Start.

Uitnodiging: Inspiratiesessie Smart Start

Laat je inspireren!
Voor wie nieuwsgierig is naar Smart Start, praktijkvoorbeelden wil zien en inzicht wil krijgen in wat deze manier van denken en werken kan brengen; we nodigen je graag uit voor de Inspiratiesessie Smart Start op dinsdag 28 maart in Rijen.

28 maart 2023 15.30 – 18.00 uur in Cultureel Centrum de Boodschap. 

klik hier voor meer informatie.

Masterclasses Be Smart Start. Meld je aan!

Voor wie nieuwsgierig is naar het Smart Start-denken en -werken en wil weten hoe je zelf aan de slag kunt organiseren we in 2023 – na het succes van vorig jaar – voor de tweede keer een serie masterclasses Be Smart Start. In de masterclasses brengen we de toolkits Datageletterdheid en Design Thinking in de praktijk, voor wie met of voor jeugd en gezinnen werkt, in welke rol dan ook.

Op het online platform besmartstart.nl vind je sinds begin 2022 toolkits Datageletterdheid, Design Thinking en Effectmetingen. In de masterclasses worden deze toolkits praktijk: na een introductie over Smart Start verdiep je je in datageletterdheid, het werken met data voor preventie, en in hoe je die oplossingen samen met de doelgroep kunt ontwikkelen, met design thinking. De twee masterclasses (van elk drie dagdelen) kosten elk € 750,-. Wil je ze allebei volgen (vijf dagdelen), dan betaal je € 995,-.

Nieuwsgierig?

Hallo jij! ondersteunt jonge (aanstaande) ouders bij alles waar ze tegenaan lopen

Ontmoet, deel, durf te vragen…
Een jaar geleden werd de Smart Start-pilot Hallo jij! In Heusden ‘geboren’, speciaal voor jonge (aanstaande) ouders van 20 tot 28 jaar. Inmiddels heeft de pilot ruim dertig jonge gezinnen verwelkomt met uiteenlopende vragen en behoeften. Het Hallo jij!-team staat klaar met tips, adviezen, ondersteuning of gewoon met een luisterend oor. Vanaf de zwangerschap tot kraamtijd of de eerste kinderjaren: niemand staat alleen.  

De komst van een kind is heel bijzonder, maar ook ingrijpend. Het verandert je leven compleet. Tijdens de zwangerschap, na de geboorte en ook in de daaropvolgende jaren kan er veel op je afkomen wat je soms onzeker maakt of waar je hulp bij kan gebruiken. De pilot Hallo jij! biedt ondersteuning. Niet sturend of belerend, maar op een vraaggerichte, positieve manier. Hoe gaat het met je, hoe beleef je de zwangerschap, hoe kijk je naar het ouderschap, zijn er dingen die je bezighouden of die je liever niet alleen doet?

We zijn er om te helpen, zonder oordeel
Projectleider Eline van Boxtel: “De basisbegeleiding bestaat uit drie gesprekken, maar als iemand minder of juist meer contact wil, kan dat ook. Sommige ouders hebben behoefte aan één gesprek en anderen zoeken wekelijks contact met ons op via een appje of koffiemomentje. Het is allemaal mogelijk. Hallo jij! bestaat voor álle jonge ouders, waarbij we natuurlijk hopen dat de meest kwetsbare gezinnen ons ook weten te vinden en niet wegblijven uit angst, schaamte of andere drempels. We zijn er om te helpen, zonder oordeel. We staan naast de ouders, als een soort maatje. Als een gelijkwaardig persoon die de situatie herkent en begrijpt.”

Vertrouwd gezicht
Dat vertrouwde gezicht – maatje voor veel jonge ouders in Heusden – is Rajaa Chraou. Vanuit haar rol als sociaal werker, opvoed- en gezinsondersteuner en Hallo jij!-mede-projectleider staat Rajaa dicht bij de doelgroep. “Ik ontmoet veel jonge ouders, onder meer tijdens het mamacafé of in de bibliotheek waar we regelmatig bijeenkomsten organiseren. Ik maak graag een praatje met (toekomstige) ouders, om te laten weten dat ik er voor ze ben. Ook als mensen zich aanmelden voor Hallo jij! ben ik aanwezig tijdens de kennismaking. Samen met mijn collega’s van de jeugdgezondheidszorg ben ik het eerste aanspreekpunt.”

“Het is een fijn idee dat ik nu, los van mijn familie, op een laagdrempelige manier om hulp kan vragen bij professionals.”

Positief-preventief
“We gaan positief-preventief te werk”, gaat Rajaa verder. “Gewoon heel laagdrempelig door samen een kopje koffie of thee te drinken en belangstelling te tonen vanuit gelijkwaardigheid en nieuwsgierigheid. Jullie zijn/worden papa en mama, hoe kijk je daarnaar? Zijn er dingen die je bezighouden, waar je vragen over hebt? Weet dat wij graag meedenken. De vragen die spelen, zijn uiteenlopend. Zo was er laatst een vrouw die weer aan het werk moest, maar het spannend vond om haar kind naar de kinderopvang te brengen. Samen hebben we de mogelijkheden voor kinderopvang onderzocht, tot het veilig voelde voor haar.”

Uitnodigend
“Er bestaan geen kaders of spelregels bij Hallo jij!”, benadrukt Eline. “We willen gewoon zo vroeg mogelijk naast de ouders staan, ter voorkoming van grote zorgen of problematiek. Je wil niet dat ouders, vanuit eenzaamheid of schaamte, in de problemen komen. Veel mensen zijn argwanend of terughoudend bij het vragen om hulp, bijvoorbeeld als ze ooit zelf met jeugdhulpverlening te maken hebben gehad. Maar wij willen juist uitnodigen, aanmoedigen: schaam je niet, trek op tijd aan de bel, wij staan voor je klaar.”

Cadeau: opruimcoaching
“Zie het als aan cadeau aan jezelf”, vervolgt Eline. “Als iets waar je altijd beter van wordt. “Hoe het precies werkt? Moeders van 20 tot 28 jaar krijgen bij de verloskundige informatie over Hallo jij!, waarna ze zich kunnen aanmelden.Bij de start ontvangen ze een mooi cadeaupakket, onder meer met een voucher voor opruimcoaching. Veel problemen beginnen vaak klein, bijvoorbeeld als mensen de financiën of het huishouden niet meer overzien. Wanneer je een kind krijgt, krijg je er ook tweehonderd spullen bij. Ook verandert je dagindeling. Begrijpelijk dat je het dan soms niet meer overziet. De opruimcoach kijkt mee en helpt bij het maken van een huishoudplanning. Hoe kan je je huis en leven opnieuw inrichten met een kindje erbij? Hoe creëer je een goede balans tussen de zorg en aandacht voor je kind en het huishouden?”

Meedenken
“Het is geweldig dat we jonge ouders een mooie start kunnen meegeven met Hallo jij!”, vindt Rajaa. “Als je in gesprek bent met mensen, zijn ze vaak heel open. Het is vaak al helpend dat ze weten dat er iemand is, dat ze niet meer alleen zijn. Ieder gezin kent eigen uitdagingen, groot of klein, waarbij we graag meedenken. Zo hebben we een gezin – waarvan een van de ouders een beperking heeft – aangeboden om mee te helpen bij de Wmo-aanvraag. Verder ondersteunen we een moeder bij een lastige kwestie op haar werk. Er zijn vast ook ouders die we nog niet in beeld hebben, bijvoorbeeld omdat ze het project niet begrijpen of zorgmijdend zijn. Uiteindelijk hopen  we iedereen te bereiken, vooral ook gezinnen met complexe gezinsstructuren of zonder sociaal vangnet. Geen jonge moeder of vader hoeft er alleen voor te staan.”

“Ik had stress vanwege overlast rond mijn woning, waarbij ik van het kastje naar de muur werd gestuurd. Dankzij Hallo jij! werd snel de hulp ingeschakeld van de politie en woningbouwvereniging. Ik werd serieus genomen en heb nu een gerust gevoel. Het is een fijn en veilig idee dat de mensen van Hallo jij! voor me klaarstaan, ook tijdens en na mijn bevalling.”      

Workshop Week tegen Kindermishandeling

workshop sporten

Datum: 17 november
Tijd: 17:00 – 19:00 u (Met een lekker broodje)
Locatie: 
Willem II stadion, Goirleseweg 34 Tilburg

In de Week tegen kindermishandeling organiseren Smart Start en het regionaal Expertisecentrum Huiselijk geweld en kindermishandeling bij voetbalclub Willem II een workshop veilig sporten. Met de methodiek Design Thinking kun je aan de slag met het vraagstuk hoe tieners veilig kunnen sporten. Ook op sportclubs komt het voor dat kinderen en jongeren onveiligheid ervaren. Ook daar worden naaktfoto’s gedeeld en ook daar komt misbruik voor. En verbaal en fysiek geweld.

Tijdens deze workshop bedenken deelnemers ideeën over hoe dit taboe te doorbreken. En krijgt het meest kansrijke idee een aanmoedigingsprijs. Schrijf je in door een mail te sturen naar info@programmasmartstart.nl

“Wij willen alle kinderen een rugzak vol zelfvertrouwen meegeven”

Start Team op Maat basisschool DON SARTO

Krista Voets, directeur bassischool Antares, dankbaar voor Team op Maat in Tilburg-West

Dat wat werkt, moet je delen. Helemaal als het bijdraagt aan de kansengelijkheid van kinderen. Het Team op Maat (ToM)  is zo’n concept. Deze Smart Start-innovatie bracht grote positieve veranderingen op basisschool De Zuidwester in de Tilburgse wijk Korvel. Een inspiratie voor veel andere basisscholen, waaronder Antares. Samen met de basisscholen Jeanne d’Arc, Wandelbos en Hubertus heeft Antares op proef een eigen Team op Maat – intern begeleidingsteam – geïntroduceerd in Tilburg-West. Een buurt Team op Maat dus, in lijn met andere ontwikkelingen zoals ‘Wijkgericht werken’ en ‘Onderwijs in de buurt’.
Krista Voets, directeur basisschool Antares, deelt de ervaringen tot nu toe.

“Onze leerlingen hebben vaak te maken met meervoudige uitdagingen”, vertelt Krista. “Denk bijvoorbeeld aan kinderen die in armoede leven en ook nog eens worstelen met scheidings- of vluchtelingenproblematiek of andere complexe situaties. Het was lastig om deze kinderen goed te helpen. Schoolmaatschappelijk werk is vooral gericht op enkelvoudige uitdagingen en de juiste hulp voor meervoudige uitdagingen – vaak nodig vanuit verschillende instanties – laat meestal lang op zich wachten. We wilden het goed doen, maar wisten niet hoe. Tot we over het succes van De Zuidwester hoorden.”

Het Team op Maat van De Zuidwester is een team dat samen met school, ouders, schoolmaatschappelijk werk en wijkpartners het verschil maakt voor kinderen in de wijk Korvel. Het team is zichtbaar en benaderbaar op school om drempels voor ouders richting hulp te verlagen. Problemen worden snel gesignaleerd, vroegtijdig besproken en aangepakt.

Eén Team op Maat voor vier scholen

“Dat wilden wij ook”, aldus Krista. Na een aantal vruchtbare gesprekken met de gemeente Tilburg, het Instituut voor Maatschappelijk Werk (IMW) en de besturen van de basisscholen ging het balletje snel rollen. Direct na de carnavalsvakantie, maart 2022, ging het Team op Maat in Tilburg-West van start. Niet op één school, zoals bij De Zuidwester, maar op vier basisscholen: bij Antares, Jeanne d’Arc, Wandelbos en Hubertus. “Iedereen is enthousiast en heeft hetzelfde doel voor ogen: kinderen met meervoudige uitdagingen zo snel mogelijk laagdrempelige ondersteuning bieden, zodat ieder kind gelijke kansen krijgt op een goede ontwikkeling.” 

Interculturele gedragscoach

Het Team op Maat in Tilburg-West heeft alles in huis om dat voor elkaar te krijgen. “Wij hebben een andere buurt dan De Zuidwester, dus ons team ziet er iets anders uit. Wij hadden behoefte aan een interculturele gedragscoach, iemand met een islamitische achtergrond, net als veel mensen uit de wijk. Gedragscoach Ekram weet wat er speelt binnen deze gemeenschap en waar gevoeligheden liggen. Verder bestaat het team uit een medewerker veiligheid en coördinatie, Marlous, gespecialiseerd in de toegang bij meervoudige uitdagingen. Beide dames werken nauw samen met onze intern begeleiders en schoolmaatschappelijk werkers en zijn elke woensdag zichtbaar aanwezig op een van de scholen. Ze zijn dus gemiddeld één keer per maand op Antares, maar als er tussentijds iets speelt, kunnen we altijd contact opnemen. Dat werkt goed.”

Het werkt!

Het Team op Maat in Tilburg-West heeft een proefperiode van een jaar, maar Krista hoopt dat het team een blijvertje is. “Het werkt goed! De leerkrachten geven signalen door aan de intern begeleiders. De intern begeleiders bekijken vervolgens of de casus opgepakt moet worden door schoolmaatschappelijk werk of een schoolverpleegkundige (enkelvoudige uitdagingen) óf door het Team op Maat (meervoudige uitdagingen). De hulp komt nu veel sneller op gang, wat hard nodig is. Zo zien we steeds meer ouders met financiële stress. Veel ouders hebben net geen recht op leergeld, waardoor ze in de problemen komen. Kinderen voelen deze spanningen aan en kunnen ineens niet meer meedoen aan hobby’s, sporten of kinderfeestjes. Dat is ingrijpend.”.

Wel constateert Team op Maat dat het nog zoeken is om op alle scholen zichtbaar en laagdrempelig te zijn. Uit de effectrapportage Team op Maat Zuidwester bleek dit al eerder: een Team op Maat óp school is een van de succesfactoren. Het is dus nog zoeken hoe deze succesfactor ook voor de buurt kan worden weggezet.

Minder eenzaam

Krista vervolgt: “Vaak bestaan er binnen deze gezinnen nog veel meer uitdagingen en raken mensen de grip kwijt. Het is fijn dat het Team op Maat meteen van betekenis kan zijn en gezinnen kan helpen om te voorkomen dat problemen groot worden. Samen hebben we meer kennis, connecties en een grotere vijver met oplossingen om uit te vissen. Het Team op Maat blijft dichtbij, laat niet los, zoekt naar oplossingen, heeft de juiste ingangen en kan zelf ook beschikkingen maken, wat veel tijd bespaart. Een ouder wordt nu niet meer van loket naar loket gestuurd, maar kan meteen haar hart luchten bij het Team op Maat en staat er niet meer alleen voor. Dit voelt minder eenzaam en werkt ook gunstig door op haar kind(eren).”

Gezicht

Volgens Krista neemt de zichtbaarheid van het Team op Maat snel toe. “Voor ons is het belangrijk dat het team een gezicht krijgt, met Ekram en Marlous, om het voor ouders nog toegankelijker en vertrouwder te maken. Steeds meer ouders hebben kennisgemaakt met Ekram en Marlous, mede dankzij een extra introductie bij De Ouderkamer. Deze ontmoetingsplek binnen onze school biedt ouders op laagdrempelige wijze didactische en pedagogische ondersteuning.”

Passende hulp

“We benutten De Ouderkamer en het Team op Maat om onze hulp steeds passender te maken”, zegt Krista. “We hebben inmiddels een mooie tussenevaluatie over het Team op Maat gehad. Het gaat goed en het kan alleen nog maar beter worden. Daarom hopen we op een verlenging van onze cofinanciering na de proefperiode. Het zou geweldig zijn als meer Tilburgse wijken een eigen Team op Maat krijgen, op maat van de problematiek in die wijk, voor een extra wisselwerking en samenwerking. Samen heb je veel meer expertise. Door gezinnen buurtbreed de juiste ondersteuning te bieden, ontstaan er thuis en op school rustigere situaties. Kinderen komen beter in hun vel te zitten en nemen daardoor meer leerstof op.”

Veilig gevoel

Een gelukkig en zorgeloos kind heeft een beter toekomstperspectief dan een kind dat opgroeit met veel spanning. “Op Antares doen wij ons uiterste best om alle kinderen een veilig gevoel te geven. Die noodzaak wordt alleen maar groter met alle huidige ontwikkelingen en toenemende armoedeproblematiek. Onze initiatieven – Team op Maat, De Ouderkamer, gratis schoolfruit, sportactiviteiten, een naschools aanbod – worden met de dag belangrijker. Alle kinderen moeten de kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen. Maar dat vraagt om veel inventiviteit, inzet en financiële steun. We moeten het echt samen doen.”

Focus op talent

“Samen moeten we kinderen een veilig gevoel geven. Een kind dat zich veilig voelt, krijgt ook een positief zelfbeeld en gelooft in zichzelf. Er is al veel gezegd en geschreven over De Kruidenbuurt, niet altijd in de meest positieve zin. Verhalen over armoede en criminaliteit blijven nodig om aandacht en steun te krijgen, maar mensen zijn het ook moe, het heeft effect op hen. Laten we daarom alsjeblieft focussen op talent. Wij willen alle kinderen een rugzak vol zelfvertrouwen meegeven, waarbij ze denken: ik kan de toekomst aan. Mijn naam zorgt misschien voor extra uitdagingen en mijn adres zorgt ervoor dat ik ergens drie keer moet aankloppen, maar mijn rugzak zit vol tools om in mezelf te blijven geloven.”

Nieuw geloof

Als je mensen blijft vertellen dat ze het zwaar hebben, houd je ze klein. Als je mensen vertelt dat ze alles kunnen bereiken, maar dat ze daarvoor moeten knokken en wij ze kunnen helpen, dan  wordt dát het nieuwe geloof. Op onze school hangt een groot kunstwerk. Alle kinderen hebben een eigen bijdrage geleverd aan het kunstwerk met zinnen als: ‘Ik wil fluitend naar huis fietsen’ en ‘Ik wil gezien worden’. Het kunstwerk is dagelijks een reminder: hier doen we het voor, samen kunnen we alles creëren.” 

Symposium Opgroeien in ‘ontwikkelarmoede’ – de eerste 1000 dagen

‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’. Over dit onderwerp deelden onderzoekers, professionals en bestuurders op 16 september hun kennis en ervaringen met 150 deelnemers, tijdens het Smart Start-symposium. En werd het startsein gegeven voor een gelijknamige Smart Start-pilot. Dit symposium werd georganiseerd in samenwerking met Nippur. Dit Brabantse Datasciencebureau koos ervoor hun 20 jarig jubileum te vieren met een cadeau aan het programma Smart Start: het mogelijk maken van een symposium en de dag ervoor een datahackaton.

Van vraagstuk naar innovatie

Elk kind verdient de beste kansen, is het motto van Smart Start. Problemen in gezinnen worden niet in een keer groot, en kunnen veel eerder worden voorkomen. Voor ingewikkelde vraagstukken als voorkomen van uithuisplaatsingen of een lastige start op de basisschool, ontwikkelen teams van onderzoekers, professionals en ouders innovatieve oplossingen. Op basis van data en design thinking en dus op basis van kennis en ervaringen. Opgroeien in ontwikkelarmoede is ook zo’n vraagstuk.

Dat de eerste 1000 dagen in het leven van een kind (vanaf de conceptie) cruciaal zijn voor de ontwikkeling in het verdere leven, is bekend uit veel wetenschappelijk onderzoek. Een aantal van de toonaangevende onderzoekers en deskundigen sprak op het symposium over deze ontwikkeling en over de rol die data kunnen spelen in het eerder zien van risico’s en het voorkomen van problemen. Over wat zij zien in hun werk(veld), uiteenlopend van armoede, neonatologie, gynaecologie en psychiatrie tot datascience en toegepast onderzoek. De presentatie was in handen Pieter Rambags, Nippur-oprichter, en Lian Smits, bestuurder Sterk Huis en met sprekers Patricia Prüfer en Dick den Hertog in 2016 initiator van Smart Start.

20 jaar Nippur

Na een reis door 20 jaar Nippur door Pieter Rambags en medeoprichter Peter Kurstjens introduceerde Lian Smits het thema van de dag, met het verhaal van Smart Start. Het ontstaan en de ambities, het belang van het thema van de dag: ‘’Bij Sterk Huis zien we steeds dat we wachten tot problemen van gezinnen groot zijn en er veel en stevige hulp nodig is. Terwijl we dichterbij het ontstaan van de problemen van betekenis kunnen zijn. Armoede is venijnig en leidt vaak tot meer problemen. We hebben de opdracht te leren van data, kennis en ervaringen. Dat gun ik ons met de deskundige sprekers die hier vandaag zijn.’’ 

Van data naar Hallo Jij!

Patricia Prüfer, onderzoeker bij Centerdata en Anne-Lieke Piggen, beleidsmedewerker Heusden, vertelden over Smart Start in de praktijk, in Heusden. Volgens Anne-Lieke Piggen zet de gemeente Heusden data in om uithuisplaatsing van kinderen te voorkomen. Op een inwonertal van 45.000 zijn er veertig of meer kinderen per jaar die niet thuis wonen. De gemeente zoekt naar de belangrijkste risicofactoren en beschermende factoren en een combinatie daarvan, wil risicogroepen kunnen identificeren, en uiteindelijk collectieve, preventieve interventies ontwikkelen. In gezinnen met een hoge kans op uithuisplaatsing is er vaak sprake van alleenstaande ouders, moeders zonder werk, moeders die op jonge leeftijd een kind gekregen hebben, en die gehuurd wonen.

Anne-Lieke: ”Daarbij hebben we gebruik gemaakt van ‘design thinking’, om in vijf stappen tot oplossingen te komen. Het begint met het vormen van een zo goed mogelijk beeld van de doelgroep. Vervolgens wordt een probleem bij die doelgroep omschreven dat opgelost moet worden. De volgende stap is het bedenken van een groot aantal ideeën die tot een oplossing zouden kunnen leiden. Ideeën en gesignaleerde uitdagingen leiden in samenspraak met de doelgroep tot de keuze voor een oplossing in de praktijk. Die wordt uiteindelijk getest met de doelgroep.’’ Met het concept ‘Hallo jij!’ als resultaat, om jonge aanstaande moeders ‘op positieve en laagdrempelige wijze te ondersteunen. ‘’Het doel is dat alle kinderen in Heusden opgroeien in een veilige omgeving. Twintig jonge moeders maken nu gebruik van Hallo jij! en binnenkort worden de eerste effecten gemeten bij hen en bij andere moeders, de zogenoemde controlegroep.’’

Postcode bepalend voor kansen

Preventie was een belangrijke rode draad in de verhalen die volgden. Eric Steegers, afdelingshoofd Verloskunde en Gynaecologie van het Erasmus MC Rotterdam, vertelde dat de ontwikkeling van een kind al ver vantevoren bepaald wordt, onder meer door een laag geboortegewicht en vroeggeboorte. De kans daarop begint al met de gezondheid van de aanstaande ouders. De eerste weken maken een groot verschil. Een kleiner embryo kan in een later leven leiden tot hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, en tot een hoog lichaamsgewicht. “Daarin speelt de sociale omgeving een grote rol. De postcode is misschien belangrijker dan de erfelijke code.” In Tilburg, bijvoorbeeld, is er een onevenredig groot percentage vroeggeboorten in Oud-Zuid. “Hoe vroeger je begint, hoe meer het oplevert. Interventies tijdens adolescentie leveren weinig op. Dat moet steeds weer worden uitgelegd aan de overheid, op gemeentelijk én landelijk niveau. Op ministeries is grote behoefte aan kennis en gegevens.”

Voorspellen van paniekaanvallen

Floortje Scheepers, afdelingshoofd, hoogleraar Divisie Hersenen, Psychiatrie UMC Utrecht, vertelde hoe datasets ingezet kunnen worden om complex onderzoek te doen. Onderzoek had te lijden van het feit dat niet alle patiënten daarin opgenomen waren, dat geen rekening gehouden werd met veranderingen bij individuen (met andere woorden, die werden beschouwd als statische gegevens), dat indelingen in psychische verschijnselen te grofmazig waren, en dat de mate waarin mentale aandoeningen zich ontwikkelen afhangt van invloeden van buitenaf. Volgens een schema dat ze liet zien kunnen gegevens uit een groot aantal bronnen resulteren in ‘precisie psychiatrie’. Zo zouden agressie en paniekaanvallen te voorspellen zijn. “Data worden bepalend in de zorg”, zei ze. “Maar het onderzoek naar effect zal niet altijd snelle resultaten opleveren. En wat wij doen, kan niet zomaar in andere omgevingen toegepast worden.”

Mogelijkheden zoeken

Ook neonatoloog Daniël Vijlbrief, verbonden aan UMC Utrecht, pleitte voor preventie door data bijeen te brengen. Hij liet zien hoe een te vroeg geboren baby omgeven wordt door een groot aantal apparaten. Die houden elk voor zich gegevens bij maar communiceren onderling niet. Daardoor worden bepaalde signalen, die bijvoorbeeld kunnen wijzen op een beginnende infectie, niet op tijd worden opgepikt. Hij pleitte voor het samenbrengen van data, zoals dat ook gebeurde op IC-afdelingen tijdens de coronapandemie. Daniel Vijlbrief en collega’s hebben net als andere sprekers te maken met ingewikkelheden, tegenstrijdige juridische adviezen, maar blijven op zoek naar mogelijkheden: ‘’Hoe kunnen we voorkomen dat aan mensen met een problematische achtergrond een kind met een probleem toegevoegd wordt? Met data als toekomst.’’

Wendy Jeeninga, onderzoeker bij wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn Tranzo van Tilburg University, haakte daarop in met onderzoek dat ze deed naar de effectiviteit van het programma Nu Niet Zwanger. Dat is als pilot opgezet in Tilburg in 2014, en wordt nu in 172 gemeenten toegepast. Doel is mensen meer bewust te maken van de keuze om al of niet te beginnen aan een zwangerschap. Het leidt ertoe dat ze meer autonoom worden in die keuze, eigen regie nemen, en meer zelfvertrouwen krijgen.

Fatale combinatie

Ralf Embrechts (directeur van de Tilburgse Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij en initiator van Quiet 500) en Mariëtte Lusse (lector aan Hogeschool Rotterdam, waarbij ze zich richt op kinderarmoede en gelijke kansen) spitsten hun bijdragen toe op armoede. Ralf Embrechts: ‘’De tweedeling in de maatschappij blijft groeien. Je kunt het verschijnsel armoede opdelen in verschillende categorieën, maar uiteindelijk gaat het om een tekort aan geld en het niet kunnen meedoen. Een fatale combinatie. Het gevolg is zeven jaar korter leven, en twintig jaar meer ellende.’’

De stress bij ouders erft door op de kinderen. In navolging van Eric Steegers concludeert Ralf Embrechts dat het uitmaakt waar de wieg staat. ‘’Laaggeletterdheid en laaggecijferdheid nemen toe, net als langdurige armoede. Ik pleit voor een samenleving die meer op solidariteit gericht is, waarin bestaanszekerheid gegarandeerd kan worden.’’ 

SOS Kinderarmoede

Ook Mariëtte Lusse ziet de toename van armoede, naar bijna tien procent van de kinderen: ‘’Vooral bij alleenstaande moeders en ‘taalarme’ mensen, maar ook bij het steeds stijgende aantal mensen met slecht betalende flexbanen.’’ Ze demonstreerde de gevolgen van armoede met een video waarin een meisje van elf jaar haar ervaringen deelt: ze voelt zich alleen staan op school, ziet hoe haar moeder fysiek te lijden heeft onder stress, en merkt op dat haar vermogen om te leren achteruit gaat. Mariëtte Lusse bepleit een programma om zulke armoede tegen te gaan, SOS Kinderarmoede. ‘’Gebaseerd op signaleren, het ondersteunen van ouders en een bewuste keuze voor kinderen, en het creëren van kansen. Dat laatste kan variëren van het voorkomen van ongewenste zwangerschap tot het bevorderen van een gezonde leefstijl en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.’’ Ook bepleitte ze een betere samenwerking tussen professionals in verschillende fasen van die eerste 1000 dagen, van verloskunde tot kinderopvang.

Een betere wereld

Het belang van het verzamelen en interpreteren van data werd ook benadrukt door Dick den Hertog, hoogleraar Operations Research aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA, en Floortje Scheepers (Medisch afdelingshoofd, hoogleraar Divisie Hersenen, Psychiatrie van UMC Utrecht). Dick den Hertog liet zien hoe hij en zijn studenten met Analytics for a Better World door extrapolatie gunstige omstandigheden kunnen creëren, bijvoorbeeld door voor het Wereld Voedsel Programma te berekenen hoe die organisatie het goedkoopst het juiste voedsel in gebieden van hongersnood kan krijgen, en zodoende miljoenen meer mensen in meer gebieden kan helpen. Voor Ocean Cleanup berekenden ze de optimale vaarroute die twee schepen met een vangnet op een bepaald moeten varen om zoveel mogelijk plastic afval te verzamelen.

Vroeg beginnen

Wat de sprekers aantoonden is dat preventie zo vroeg mogelijk in het leven van een kind moet beginnen om problemen te voorkomen. Het ontsluiten, verzamelen, analyseren en interpreteren van data uit verschillende bronnen is daarin van essentieel belang, altijd in combinatie met duiding,  kennis en ervaringen van de doelgroep en professionals die met jonge ouders en jonge kinderen werken. Evenals de samenwerking tussen verschillende groepen: ouders, professionals in de zorg, databedrijven, én overheden. Zo worden gelijke kansen gecreëerd voor kinderen om zich goed te ontwikkelen, en kunnen ouders doen wat ze willen: hun kinderen veilig en gezond laten opgroeien. Bijkomend gevolgen zijn aanzienlijk lagere kosten (zorg, uitkeringen e.d.) en afnemende behoefte aan personeel, dat immers schaarser wordt. 

Pilot van start

Hiermee bekrachtigde regiomanager GGD Hart voor Brabant Heleen Kamphuys de start van de nieuwste Smart Start-pilot. Startend met een data-analyse voor de gehele regio Hart van Brabant, bevestigden ook de bij Smart Start betrokken wethouders Marielle Doremalen (Gilze en Rijen) en Peter van Steen (Heusden), die op basis van die analyse met collega bestuurders de meest urgente vraagstukken kiezen die met ouders en professionals opgepakt worden. In een design thinking-proces. De deelnemers besloten de kennisrijke dag met een ontmoeting, waarbij ook afspraken werden gemaakt over samen optrekken in de pilot Ontwikkelarmoede en de eerste 1000 dagen.

Nieuwe Smart Start-pilot trapt af met hackathon

De beste kansen in de eerste 1000 dagen van een kind

Op 16 september was de aftrap van de nieuwe Smart Start-pilot ‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’. Dit gebeurde tijdens het gelijknamige symposium dat Smart Start samen met Nippur organiseerde. Het Brabantse Datasciencebureau bestaat twintig jaar. Dit jubileum vierden zij met een cadeau aan een maatschappelijke ‘organisatie’ en relevant thema. Dat werd het programma Smart Start. Voorafgaand aan het symposium organiseerde Nippur voor eigen klanten en de partners van Smart Start een datahackathon (‘hack’ + ‘marathon’), een evenement waarbij in marathonsnelheid naar oplossingen voor vraagstukken wordt gezocht. 

Een Smart Start-pilot begint gewoonlijk met een data-analyse, maar de nieuwe pilot ‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’ trapte af met een hackathon. “Dit als een soort kickstart voor de data-analyse van Smart Start, om alvast goed voorwerk te doen: wat is het vraagstuk, wie is de doelgroep en wat kunnen we binnen één dag leren uit data wanneer verschillende dataprofessionals hiermee aan de slag gaan?”, aldus Peter Kurstjens, medeoprichter Nippur, organisator van de hackathon. 

Goed begin
Veel van deze vragen werden beantwoord tijdens de hackathon. Verre van volledig, maar dat was ook niet het doel. “Het proces van kiemen is gestart, vooral in het leren van elkaar. Nu is het afwachten wanneer de eerste plantjes ontspruiten”, schetst Peter. Een interessant proces voor de deelnemers van de hackathon: mensen van Rijnstate Ziekenhuis, Zorgverzekeraar CZ, DELA, GGD Hart voor Brabant, GGz Eindhoven, de gemeente Gilze en Rijen, Sterk Huis en Veilig Thuis.

Onderzoek databronnen
“Tijdens de hackathon werden de deelnemers ingedeeld in vijf teams. In een actieve workshopachtige setting kregen zij de opdracht om middels een eigen databron te onderzoeken: zegt deze databron iets over het vraagstuk, kunnen we hiermee de doelgroep beter in kaart brengen en kennis opdoen over armoede en de eerste 1000 dagen? Drie teams werkten met de data van Centerdata en Whooz, twee teams met eigen data, CZ en Sterk Huis. De resultaten werden na afloop gepresenteerd in korte pitches. Ook organiseerden we deze dag een mindshare-sessie, waarbij partijen met vergelijkbare ambities, dilemma’s en uitdagingen kennis en inzichten uitwisselden.”

Bevestigingen 
Stefan Cardon, Data Science Lead bij Nippur, begeleidde de hackathon en zag veel moois ontstaan. “Het ging om een sociaal doel, wat veel motivatie met zich meebracht. Tegelijkertijd is het thema wat abstract en moeilijker te voorspellen dan bijvoorbeeld een beurskoers. Het was goed om dingen bevestigd te zien worden: onder meer dat armoede samenhangt met het wel/niet hebben van een partner of opleiding.”

Verrassend
Stefan: “Sommige bevindingen waren verrassend, zoals de samenhang tussen armoede en het aantal sociale contacten of het hebben van slaapproblemen.” Peter: “Wat ons ook verraste, is de waarde van de CZ-databron. Deze blijkt enorm geschikt bij het beantwoorden van Smart Start-gerelateerde vraagstukken die te maken hebben met intergenerationele problematiek. Wanneer mensen in financiële nood komen, blijft de zorgverzekeringsfactuur vaak als eerste liggen. Ook valt er veel kennis te halen uit de zorgdeclaraties. Vraag is alleen: hoe kan deze kennis in de toekomst vaker gedeeld worden, binnen de privacyregels? Je hebt hier te maken met privacygevoelige data en strenge wetgeving.”Privacy-vriendelijke oplossing
Toch is hier misschien ook een oplossing voor, bleek tijdens de mindshare-sessie. Er bestaat namelijk een bedrijf van voormalig TNO’ers, Linksight, dat werkt aan een mechanisme om op een privacy-vriendelijke manier analyses te doen over meerdere datasets zónder de gevoelige data met andere partijen te delen. “Organisaties kunnen dan veilig onderling data uitwisselen. Deze techniek heeft zich inmiddels al bewezen in verschillende andere pilots (onder meer met CZ en het CBS)”, benadrukt Peter. “Hoewel deze commerciële toepassing nog in de maak is, kan deze nieuwe techniek erg interessant zijn voor een programma als Smart Start. Zo zie je maar, een hackathon is vaak het begin van iets nieuws. Nieuw enthousiasme, nieuwe bevindingen en nieuwe ambities. Dat zal deze pilot zeker verder brengen.”