Eerste design thinkingsessie pilot Huiselijk Geweld en Kindermishandeling levert schat aan indicatoren en deelvragen op

Begin maart vond de eerste design thinkingsessie plaats voor de Smart Start-pilot Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Dit gebeurde onder aanwezigheid van een deel van de partners van het Bestuurlijk Platform Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in de Regio Hart van Brabant: Amarant, Veilig Thuis, Sterk Huis, de gemeente Tilburg, GGD Hart voor Brabant, de Raad voor de Kinderbescherming en Novadic-Kentron.

Deze vruchtbare sessie leverde vanuit de hoofdvraag ‘Hoe kunnen we in de regio Hart van Brabant huiselijk geweld en kindermishandeling voorkomen?’ een schat aan indicatoren en deelvragen op. Waardevolle input, die de komende periode aan de hand van onderliggende bronnen en data wordt geanalyseerd, mede ter verrijking en verscherping van de hoofdvraag.

Onderzoek datavolwassenheid 
Het eerste deel van de design thinkingsessie stond, onder leiding van Patricia Prüfer en Fabiënne Reedijk van Centerdata, in het teken van de ervaringen van de deelnemers rond de Smart Start Scan, gericht op ieders datavolwassenheid. Daaruit kwam naar voren dat alle partners hoog scoren als het gaat om kennis over data-analyse. Later volgt nog een rapport met de uitkomsten per organisatie, inclusief aanbevelingen op maat. Dit gecombineerd met een verdere dataverkenning voor het verscherpen van de definitieve onderzoeksvraag.

Risico-indicatoren
Het tweede deel van de sessie bestond uit een grote brainstorm met alle deelnemers, wat allereerst een interessante lijst aan potentiële risico-indicatoren opleverde. Fabiënne Reedijk legt uit: “We willen de doelgroep rondom huiselijk geweld en kindermishandeling beter leren kennen en begrijpen. Vanuit Centerdata doen we dit op een kwantitatieve manier door het onderzoeken van CBS-microdata in combinatie met de data van de deelnemers. Binnen die data gaan we onder andere op zoek naar de risico-indicatoren die tijdens de sessie naar voren kwamen, zodat we de doelgroep steeds specifieker kunnen beschrijven.”

Kenmerken van de wijk
“De lijst met potentiële risico-indicatoren is lang en interessant”, deelt Fabiënne. “De deelnemers noemden onder meer de volgende factoren die mogelijk invloed hebben op huiselijk geweld en kindermishandeling: gezondheid, jeugdhulp, Wmo-begeleiding, kenmerken van de wijk (zoals de aanwezigheid van speeltuintjes, openbaar groen, afstand tot de kroeg, het bouwjaar/type van huizen en de afstand tot school) en meldingen van overlast en inbraken.”

Onverwachte indicatoren
Fabiënne: “Er waren ook veel onverwachte indicatoren, zoals een toename van het aantal meldingen net voor en na de schoolvakanties en seizoenseffecten. Een andere opvallende indicator was dat kale mannen vaker dader van huiselijk geweld lijken te zijn. De komende tijd gaan we de indicatoren verder onder de loep nemen: zijn de indicatoren ook aanwezig in de data en is er al vaker onderzoek naar gedaan? Zo bekijken we welke indicatoren relevant zijn om verder mee te nemen in de pilot.”

Deelvragen
Tijdens de sessie zijn niet alleen indicatoren benoemd, maar ook veel deelvragen. Anne-Lieke Piggen, facilitator Design Thinking Smart Start, is zeer tevreden over de uitkomsten. “Je kunt op verschillende manieren je hoofdvraag verrijken en aanscherpen. Wij hebben dat gedaan vanuit een grote brainstorm en door samen out of the box na te denken over mogelijke deelvragen rond de onderzoeksvraag. De combinatie van bestaande kennis met nieuwe bronnen en verbanden leverde ons verfrissende inzichten en deelvragen op.”

Clusters
Anne-Lieke: “In een voorbereidende sessie hadden we ook al een out of the box-brainstorm gedaan over het onderwerp en de niet voor de hand liggende indicatoren. Deze frisse input is ook verwerkt in de deelvragen. Sommige deelvragen zijn meer verklarend en andere deelvragen meer voorspellend, definiërend of tonen onderlinge relaties met elkaar. Om alles nog duidelijker in beeld te krijgen, hebben we de deelvragen geclusterd in thema’s, waaronder demografische gegevens, relatie met andere problematiek (zoals verslaving en psychische problemen), externe omstandigheden (tijd, seizoen en weer), externe omstandigheden fysieke omgeving (buurt en woning), gezinskenmerken, hulpverlening, school/leerplicht/werk, gezondheid en overig.”

Samenwerking
Volgens Anne-Lieke is de lijst met deelvragen zeer, compleet, verrassend en uiteenlopend met deelvragen als: ‘Zijn mensen die zonnebrillen dragen als de zon niet schijnt vaker slachtoffer?’ tot ‘Wat hebben de GGD, Amarant, de Raad voor de Kinderbescherming, Sterk Huis, Novadic-Kentron en de gemeente met elkaar gemeen?’ Anne-Lieke: “Mooi dat deze laatste deelvraag ook aan bod is gekomen, aangezien onze samenwerking ontzettend belangrijk is in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Als we alle gegevens en informatie van onze organisaties op elkaar leggen, levert dat veel nieuwe kennis op.”

Hoe nu verder?
“Eerst gaan we alle deelvragen verder onderzoeken”, legt Anne-Lieke uit. “Elke indicator en deelvraag nemen we mee in onze rugzak. Sommige deelvragen pakken we snel uit en andere deelvragen blijven nog een tijdje bewaard in de rugzak. Naast de deelvragen nemen we ook andere aandachtspunten mee. De focus ligt nu vooral op gezinsproblematiek met klassieke voorbeelden van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar in onze verdere verdieping willen we ook specifiekere zaken zoals seksueel geweld, stalking of ouderenmishandeling meenemen.”

Koppeling met data
“De komende tijd willen we vooral meer inzicht krijgen in de data van alle deelnemende partners om vervolgens de opgehaalde indicatoren en deelvragen aan deze data te koppelen”, vertelt Anne-Lieke. “Als blijkt dat de data kwalitatief op orde zijn en er ook voldoende bronnen onder liggen, kunnen we het geheel (pseudo-anoniem) gaan analyseren en daarmee de hoofdvraag verder verrijken. Indien nodig zetten we ook CBS-microdata in.”

Creatief en verfrissend
De eerste design thinkingsessie heeft niet alleen waardevolle input opgeleverd, meer ook een nog groter enthousiasme. “Als je met elkaar zou gaan zitten voor een ‘standaard’ brainstorm, kwam je nooit tot deze diepgaande kennis en resultaten”, verklaart Anne-Lieke. “Via de design thinkingmethode ga je aan de slag met creatieve en verfrissende denk- en werkvormen en maak je bewuste vervolgstappen waarin je gaat verbreden, versmallen, clusteren en ook dingen aan elkaar koppelt. Je leert op een andere manier kijken, waardoor je vaak ineens bepaalde structuren ziet waar eerder nog een blinde vlek bestond. Zaken waar je jarenlang een onderbuikgevoel over had, worden nu geanalyseerd en geconcretiseerd.”  

April 2022

Effectmeting Smart Start

alle opbrengsten pilot zw

Vroeger zette basisschool De Zuidwester vaak de voordeur op een kier. Zo wist de politie precies wanneer er hulp nodig was. Onwenselijk voor een basisschool, waar kinderen zich veilig moeten voelen. Vandaag staat de voordeur nog steeds open. Niet langer op een kier, maar wagenwijd, om iedereen te laten weten dat er hulp is. School, ouders, kinderen en professionals weten elkaar steeds sneller te vinden dankzij de Smart Start-innovaties Team op Maat en All-in. Hoe dit bevalt? Leerkrachten en ouders delen hun ervaringen.

Lees alle opbrengsten in het digitale magazine.

Design thinking levert concrete initiatieven op voor Tilburg Noord, Tilburg West en Oud-Reeshof

mensen doen design thinking

Alle kinderen verdienen het om zich optimaal te ontplooien. Goed onderwijs is hierbij een must. Het Smart Start-project Onderwijs Tilburg onderzoekt welke kansen er bestaan om schoolsucces te vergroten. Op basis van een data-analyse en design thinking-sessies ontstonden concrete onderzoeksvragen en mooie initiatieven voor Tilburg Noord, Tilburg West en Oud-Reeshof, passend bij de specifieke behoeften en problematiek van deze wijken. Marina Smits, vanuit T-Primair betrokken bij het project, praat ons bij.

“De data-analyse liet per wijk zien welk vraagstuk daar speelt”, informeert Marina. “Op basis van deze uitkomsten hebben de projectteams, bestaande uit verschillende partners uit onder andere het onderwijs en de kinderopvang, drie onderzoeksvragen geformuleerd. In Tilburg Noord draait de onderzoeksvraag om het kansrijk adviseren van kinderen in de overgang van primair naar voortgezet onderwijs. In Tilburg West is de onderzoeksvraag gericht op leesmotivatie voor de inwoners van de buurt om taalverwerving te stimuleren. In Oud-Reeshof heeft de onderzoeksvraag betrekking op het verminderen van de grote vraag naar jeugdhulpverlening.”

Tilburg Noord: POVO-adviseurs en de ‘Week van later’
Na de data-analyse en formulering van de onderzoeksvragen zijn eind vorig jaar voor elke wijk design thinking-sessies georganiseerd, waaraan naast professionals uit de wijk ook kinderen en (groot)ouders deelnamen. “Dit leverde concrete ideeën voor innovaties op. In Tilburg Noord ontstond de innovatie POVO-ambassadeurs, naar een idee van de VVE-ambassadeurs: ouders als ambassadeurs uit de wijk die samen met het onderwijs informatie verstrekken aan (anderstalige) ouders en kinderen over de overgang van primair naar voortgezet onderwijs en hen ook betrekken bij het middelbare schooladvies. Een ander idee dat uitgewerkt wordt is het organiseren van de ‘Week van later’, waarbij kinderen in de klas leren nadenken over de toekomst en mogelijke keuzes die daarbij horen. Een reünie voor brugklassers op hun oude school, waarbij ze hun ervaringen met bovenbouwleerlingen en leerkrachten delen, is hier een onderdeel van.  

Tilburg West: Combinatiefunctionaris Lezen
Marina: “In Tilburg West ontstond tijdens de design thinking-sessies het idee voor een Combinatiefunctionaris Lezen, die verbinding legt tussen de gehele wijk; denk daarbij aan onderwijs, kinderopvang, buurtsport, jongerenwerk en andere belangrijke organisaties en informele netwerken die zich in deze wijk bezighouden met lezen. De kracht ligt hierbij echt in de wijk, die overal lezen en leesplezier zal gaan uitstralen. Het doel is om kinderen en andere inwoners te enthousiasmeren om meer te gaan lezen, omdat een taalachterstand later vaak voor ongelijke kansen zorgt. Inmiddels hebben we het functieprofiel voor deze combinatiefunctionaris gemaakt, kijken we hoe deze rol gefinancierd wordt en wie de combinatiefunctionaris kan worden.’’

Oud-Reeshof: gezinnen preventief ondersteunen met een koffer en app
“In Oud-Reeshof viel op dat het aantal verwijzingen naar jeugdhulp veel hoger ligt dan in andere delen van Tilburg. Om individuele jeugdhulp op grote schaal te voorkomen, komen er preventieve oplossingen voor kinderen van 0 – 7 jaar en hun ouders. Het idee is de introductie van een koffer of rugzak, waarmee ouders een sociale kaart krijgen met laagdrempelige voorzieningen en steunfactoren in de wijk. Dit preventieve middel biedt ouders een groter informeel netwerk en daarmee ook een klankbord, wat de vraag naar jeugdzorg kan verminderen. Tevens brengt het buurtbewoners met elkaar in contact en leren buurtbewoners de betrokken professionals uit de wijk op een laagdrempelige manier kennen. Verder bestaat het idee om een speciale app te ontwikkelen ter ondersteuning van ouders en prikkeling van kinderen. Ook willen we in deze wijk vaker de kansencirkel van K!NDT – gericht op de acht ontwikkelgebieden van ieder kind – inzetten in de communicatie met ouders en kinderen.”

Verbinding
“Het is belangrijk dat we ouders en kinderen betrekken bij alle vernieuwingen. We moeten het samen doen. Ook willen we alle nieuwe innovaties verbinden aan bekende vindplekken voor ouders en kinderen en aan bestaande projecten in de verschillende wijken, zoals Een Goede Start in de Reeshof”, benadrukt Marina. “De verschillende initiatieven in een wijk moeten niet op zichzelf komen te staan, maar elkaar aanvullen en versterken.”

“Het mooie van design thinking? Het loslaten van de eigen gedachten.”

Marieke van Doremalen, actief in het regionaal design thinking-team van Smart Start: “Het mooie aan het design thinking-proces is dat je mensen meeneemt om uit hun hoofd te komen. Aan de hand van creatieve werkvormen laten de deelnemers de eigen gedachten los en verdiepen ze zich volledig in de behoeften van degenen die ermee te maken hebben. Zo voorkom je dat er innovaties ontstaan die uiteindelijk helemaal niet werken. Denk aan Google Glass, een draagbare computer in de vorm van een bril. Google dacht: dít willen mensen. Toch werd het een flop, omdat niemand het op straat wilde dragen.”

Tastbare resultaten
“Met de design thinking-methode komen we tot innovatieve oplossingen die mensen wél willen omdat ze voorzien in een behoefte en daardoor dus echt werken. Deelnemers stappen namelijk uit hun rol binnen de eigen organisatie en verdiepen zich in de doelgroep: wat hebben kinderen en gezinnen uit deze wijk nodig en wat kunnen wij hen preventief bieden voordat er problemen ontstaan? Om tot de beste en meest tastbare resultaten te komen, sluiten niet alleen professionals uit verschillende werkgebieden aan, maar ook de inwoners uit de wijk zelf: de mensen om wie het allemaal gaat.”

Inleven
“De deelnemers zijn enthousiast over het design thinking-proces. Soms is het nog even wennen, maar dankzij de creatieve werkvormen en materialen komen ze uiteindelijk helemaal los van hun eigen werkelijkheid en kunnen ze zich goed inleven in de ander. En vaak maken we een zijstap, voor interviews of een groepsgesprek, om ons te verdiepen. Soms schuurt het ook even, wat alleen maar extra interessant is. Welke kant het ook opgaat in de sessies: wij faciliteren het geheel, maar de groep heeft altijd de regie over de uitkomsten. Dit geeft mooie energie en vergroot het enthousiasme om ook daadwerkelijk met de ontstane ideeën aan de slag te gaan.”

“Ook de locatie van de design thinking-sessie speelt een belangrijke rol in het creatieve proces. Soms is dat de plek van de doelgroep zelf, om goed te voelen om wie het allemaal gaat. Maar een andere keer kiezen we juist een onverwachte locatie, zoals het podium van de schouwburg, om even helemaal los te komen van de omgeving.”

Dichtbij contact
“Het is mooi om te zien welke innovaties er allemaal ontstaan. Zoals bij deze pilot in Oud-Reeshof het koffertje. Niet zomaar een koffertje, maar een tool waarmee de verschillende partners in de wijk – van jongerenwerkers tot de kinderopvang, GGD en bibliotheek – zich zichtbaar maken voor ouders van kinderen van 0 – 4 jaar. Via het koffertje kunnen er nieuwe gesprekken ontstaan, niet gericht op het promoten van het aanbod van de diverse partijen, maar op de behoeften van ouders: wat hebben zij nodig (uit het koffertje)? Veel partners zijn gewend om pas in actie te komen als er al zorgen bestaan, maar door relaties met elkaar op te bouwen vanuit dichtbij contact, kunnen ze samen voortaan preventief te werk gaan in wijken.” 

Talkshow Be Smart Start

Op 27 november 2022 organiseerde wij onze allereerste talkshow! In twee tafelgesprekken zijn bestuurders, projectleiders en onderzoekers in gesprek gegaan over de ambities, de geleerde lessen en de concrete innovaties die tot nu toe zijn ontwikkeld. En we lanceerde ons nieuwe platform: besmartstart.nl In vogelvlucht presenteerde we ons nieuwe platform Be Smart Start en hoorde je hoe je ermee kunt werken.

Hieronder kun je de talkshow terugkijken

Lancering Be Smart Start

lancering voor be smart start

Met trots lanceren wij het nieuwe online platform www.besmartstart.nl.

Een online platform waar je ontdekt hoe je volgens het Smart Start- denken en – werken aan de slag kunt gaan met sociale vraagstukken. Raak nieuwsgierig en geïnspireerd. Maak een account aan om toegang te krijgen tot onze toolkits en bibliotheek. We houden je direct op de hoogte van het laatste nieuws en interessante ontwikkelingen.

Let’s get Smart Started!

 

Talkshow Smart Start

Je bent op 27 januari van 16 tot 17 uur van harte uitgenodigd om te kijken naar de eerste online Talkshow Smart Start. In drie tafelgesprekken gaan bestuurders, projectleiders en onderzoekers in gesprek over de ambities, de geleerde lessen en de concrete innovaties die tot nu toe zijn ontwikkeld. In vogelvlucht presenteren we ons nieuwe platform Be Smart Start en hoor je hoe je ermee kunt werken.
 
Wil je de Talkshow bijwonen via een livestream? Meld je dan aan via deze link
Tijdens de talkshow lanceren wij met trots een nieuw digitaal platform: Be Smart Start. Op dit platform ontsluiten we vanalles over Smart Start, omdat we willen delen wat we leren en willen inspireren. Be Smart Start werkt als een online werkboek. Met drie toolkits: Data, Design thinking en Effectmetingen, met onder meer masterclasses, animaties en checklists. En met podcasts, artikelen en een uitgebreide bibliotheek waarin we ook documentatie van andere programma’s en initiatieven delen.

Met Be Smart Start ontdek je hoe je op basis van data en design thinking preventieve innovaties kunt ontwikkelen, om intergenerationele problematiek waar kinderen en gezinnen mee te maken hebben, te doorbreken.

Hallo jij! in Heusden van start

groep deelnemers kick-off hallo jij

Op donderdag 7 oktober vond de kick-off van Smart Start Heusden plaats. Na een lange en zorgvuldige voorbereidingstijd gaan vanaf nu jonge aanstaande moeders op positieve en laagdrempelige wijze ondersteund worden.

Hallo jij! is er voor aanstaande moeders tot 28 jaar. Het is een werkwijze waarin alle moeders en gezinnen worden benaderd vanuit de gedachte dat elke aanstaande moeder vragen heeft over de nieuwe fase die er aan komt. De vragen en behoeften die leven bij moeder zijn leidend voor de invulling van de ondersteuning. Eline Heusden, projectleider: “We hopen met Hallo jij! de drempel om vragen te stellen of hulp te vragen te verlagen en op een positieve manier kennis te maken al voordat het kind geboren wordt. Met als uiteindelijk doel dat alle kinderen in Heusden opgroeien in een veilige omgeving.”

In het begin werken we volgens de werkwijze Hallo jij! bij de helft van de moeders uit gemeente Heusden. Zo kunnen we gaandeweg ontdekken wat nodig is en de ondersteuning hierop aanpassen. Ook kunnen we meten wat het verschil is tussen de moeders die deelnemen aan Hallo jij! en de moeders die reguliere ondersteuning ontvangen. Dit onderzoeken we door alle moeders tot 28 jaar te vragen mee te doen aan een onderzoek met vragenlijsten over de ondersteuning die zij ontvangen en hoe het met hen gaat.

Tijdens de kick-off is door alle betrokkenen op toepasselijke rompertjes geschreven of getekend wat we hopen dat Hallo Jij! op gaat leveren. De woorden samen, plezier en vertrouwen kwamen hierin het meest terug. Een mooie start van een werkwijze met hopelijk nog veel mooiere resultaten.

Meer informatie over de pilot? Kijk dan hier

Start Team op Maat basisschool DON SARTO

Start Team op Maat basisschool DON SARTO

Ieder kind verdient het om veilig en gelukkig op te groeien en heeft het recht om te leren en zich te ontwikkelen. Dat veilig en gelukkig opgroeien geen vanzelfsprekendheid is, blijkt in de wijk Tilburg Zuid waar basisschool Don Sarto staat. Het is een school in een wijk waar veel complexe problemen spelen, zoals armoede, geringe sociale contacten, criminaliteit en geweld. Minimaal de helft van de kinderen op de basisschool krijgt veel mee van de problemen door de dagelijkse uitdagingen die de gezinnen op hun pad treffen. Om problemen tijdig te signaleren en aan te pakken start er op de basisschool een Team op Maat.

Warm en veilig

School is een warme plek waar ouders zich gezien voelen. Op dit moment is school veel bezig op gebied van zorg, waardoor het onderwijs onvoldoende aandacht krijgt. School en ouders ervaren belemmeringen waardoor het lang duurt voordat er hulp kan worden ingezet. We zien dat ouders vanuit een vertrouwensrelatie meer open staan voor hulp en ondersteuning. Er is regelmatig sprake van wantrouwen en terughoudendheid bij de ouders op Don Sarto. De verwachting is dat wanneer expertise binnen school aanwezig is, als onderdeel van de school wordt gezien, deze terughoudendheid minder wordt en de drempel om ondersteuning te vragen, wordt verlaagd.

Team op Maat

Een op Maat ingericht Team op basisschool Don Sarto staat dichtbij kinderen, gezinnen en onderwijsprofessionals, is aanspreekbaar en benaderbaar voor leerkrachten, ouders en kinderen. Het is zo ingericht dat het team goed kan inspelen op de maat van de problematiek op en rond de school (zoals bekend uit data-analyses en ervaringen van de school en professionals in de wijk).

Wat willen we bereiken met Team op Maat:

  • Snelle toegang tot de juiste professionals buiten en binnen de school.
  • Ervoor zorgen dat school meer toekomt aan het geven van onderwijs
  • Versterken van de zorgstructuur binnen school
  • Integraal samenwerken met de diverse partners binnen en buiten school
  • Toegang tot professionals is laagdrempelig voor alle ouders uit de wijk: ouders kunnen de professionals in het Team op Maat eenvoudig benaderen, en het Team op Maat slecht hiermee ook drempels naar andere professionals.

Ben je geïnteresseerd in een Team op Maat? Neem dan contact op met Vivian Jacobs via info@programmasmartstart.nl

In de wieg al op achterstand: bij baby’s van 4 maanden is de ongelijkheid reeds te zien

Kinderen uit arme gezinnen komen al vroeg op achterstand, blijkt uit nieuw Rotterdams onderzoek met gegevens van 153 duizend kinderen. Arme baby’s zijn vaker zwaarder, arme peuters hebben vaker een taalachterstand, arme tieners vaker psychosociale problemen. Hoe komt dat? En is er iets aan te doen?

Wat zit hier in het drinkwater? Dat dacht Mirjam Jobse toen ze korte tijd werkte op een consultatiebureau in een plaats in de Betuwe, waarvan ze de naam liever niet noemt. Ze kwam elke dag moe thuis, vertelt ze, moeier dan ze gewend was van haar werk in Culemborg, een kilometer of twintig verderop.

‘De kinderen klommen overal op, maakten dingen stuk, waren drukker. En de ouders zeiden er niets van.’

Jobse, die verpleegkundig specialist is, zag ook dat veel van de ouders te zwaar waren. Net als hun kinderen, trouwens. En dat de kleintjes zich trager dan gemiddeld leken te ontwikkelen. Neem nou de vormenstoof. Een 2-jarige kan over het algemeen het ronde blokje in het juiste gat duwen, een 3-jarige ook het vierkant en de rechthoek, een 4-jarige de driehoek. Maar daar was dat anders.

lees hier het artikel verder

‘Niemand slaat zijn kind voor de lol. Dat begint vanuit onmacht’

#smartartikel

Wetenschappelijke kennis wordt niet goed gebruikt in de jeugdhulp, zegt Dijkshoorn. „Data, data, data – dat is het belangrijkst.” @NRC

‘Mishandelen doen we allemaal’. Het zou een goede slogan voor de jeugdbescherming kunnen zijn, zegt Peter Dijkshoorn (65). In zijn weelderige tuin in Giethoorn denkt de niet-praktiserend jeugdpsychiater en voormalig bestuurder van een jeugd-ggz-instelling hardop na over hoe hij kindermishandeling zou willen aanpakken. Hij ziet een landelijke, langlopende campagne , zoals de BOB-campagne tegen alcohol in het verkeer, voor zich. „Die werkte als een tierelier.”

Het is één van de ideeën die Dijkshoorn heeft als ‘landelijk ambassadeur voor een lerend jeugdstelsel’, een functie die sinds vorig jaar bestaat en is bedacht en betaald door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dijkshoorn denkt mee over hoe de jeugd-ggz, jeugdzorg en jeugdbescherming kan verbeteren. Hij schuift aan bij gesprekken van het ministerie van Volksgezondheid en de VNG over de toekomst van het jeugdhulpstelsel – een onvermijdelijk onderwerp in de kabinetsformatie. Ook schreef hij, met andere experts, een pamflet met aanbevelingen – Op de groei – dat onlangs verscheen.

Het klinkt wellicht tegenstrijdig, maar om kindermishandeling te voorkomen, zul je het eerst moeten ‘normaliseren’, denkt Dijkshoorn. „Jaarlijks worden in Nederland ruwweg 125.000 kinderen mishandeld. Dat begint vanuit onmacht, niemand slaat zijn kind voor de lol.”

Maar ouders durven geen hulp te zoeken. „We hebben een cultuur gecreëerd waarin ouders bang zijn dat ze hun kind kwijtraken.” Want dat zijn de verhalen die vooral naar buiten komen. „Terwijl we uit onderzoek weten dat kinderen die mishandeld zijn daar langdurige problemen aan overhouden. Angstklachten, trauma’s. Zij geven die weer door aan hun kinderen.” Dus: hoe eerder ouders met trauma’s in beeld komen en geholpen kunnen worden, hoe beter – voor ouder en voor kind. Hoe? Door de geveltekst van Veilig Thuis te veranderen, zegt Dijkshoorn: „Hier krijgt u hulp als het thuis uit de hand loopt. 95 procent van de kinderen die wij helpen blijft thuis wonen.”

Lees hier verder