Aan tafel’ ontbijtsessie “een kansrijke start voor ieder kind”

Op 7 juli 2022 wordt de ‘Aan tafel’ ontbijtsessie “een kansrijke start voor ieder kind” georgeniseerd door Fontys Hogeschool Pedagogiek, GGD Hart voor Brabant en Cello. Tijdens deze bijeenkomst gaan we met elkaar in gesprek over de vraag: “wat maakt de eerste 1000 dagen van een leven zo belangrijk?” Gelukkig gaat het heel vaak goed aan de start van een nieuw leven, maar wat maakt nu dat de start stabiel is? Wat is hechting eigenlijk en waarom is hechting zo belangrijk? Wat mooi als het goed gaat… maar wat als het minder goed gaat? En hoe kun je dit voorkomen? Wat zijn beschermende- en risicofactoren? Waar kan je terecht als ouder? Of als hulpverlener? Deskundigen van de GGD Hart voor Brabant en van Herlaarhof/Reinier van Arkel nemen je mee in hun dagelijkse praktijk en vertellen uit ervaring. De Aan Tafel sessie wordt gehouden op onze Fontys locatie in ’s-Hertogenbosch. 

MELD JE HIER AAN

Schat aan deelvragen en indicatoren huiselijk geweld en kindermishandeling

Begin maart vond de eerste design thinkingsessie plaats voor de Smart Start-pilot Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Dit gebeurde onder aanwezigheid van een deel van de partners van het Bestuurlijk Platform Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in de Regio Hart van Brabant: Amarant, Veilig Thuis, Sterk Huis, de gemeente Tilburg, GGD Hart voor Brabant, de Raad voor de Kinderbescherming en Novadic-Kentron.

Deze vruchtbare sessie leverde vanuit de hoofdvraag ‘Hoe kunnen we in de regio Hart van Brabant huiselijk geweld en kindermishandeling voorkomen?’ een schat aan indicatoren en deelvragen op. Waardevolle input, die de komende periode aan de hand van onderliggende bronnen en data wordt geanalyseerd, mede ter verrijking en verscherping van de hoofdvraag.

Onderzoek datavolwassenheid 
Het eerste deel van de design thinkingsessie stond, onder leiding van Patricia Prüfer en Fabiënne Reedijk van Centerdata, in het teken van de ervaringen van de deelnemers rond de Smart Start Scan, gericht op ieders datavolwassenheid. Daaruit kwam naar voren dat alle partners hoog scoren als het gaat om kennis over data-analyse. Later volgt nog een rapport met de uitkomsten per organisatie, inclusief aanbevelingen op maat. Dit gecombineerd met een verdere dataverkenning voor het verscherpen van de definitieve onderzoeksvraag.

Risico-indicatoren
Het tweede deel van de sessie bestond uit een grote brainstorm met alle deelnemers, wat allereerst een interessante lijst aan potentiële risico-indicatoren opleverde. Fabiënne Reedijk legt uit: “We willen de doelgroep rondom huiselijk geweld en kindermishandeling beter leren kennen en begrijpen. Vanuit Centerdata doen we dit op een kwantitatieve manier door het onderzoeken van CBS-microdata in combinatie met de data van de deelnemers. Binnen die data gaan we onder andere op zoek naar de risico-indicatoren die tijdens de sessie naar voren kwamen, zodat we de doelgroep steeds specifieker kunnen beschrijven.”

Kenmerken van de wijk
“De lijst met potentiële risico-indicatoren is lang en interessant”, deelt Fabiënne. “De deelnemers noemden onder meer de volgende factoren die mogelijk invloed hebben op huiselijk geweld en kindermishandeling: gezondheid, jeugdhulp, Wmo-begeleiding, kenmerken van de wijk (zoals de aanwezigheid van speeltuintjes, openbaar groen, afstand tot de kroeg, het bouwjaar/type van huizen en de afstand tot school) en meldingen van overlast en inbraken.”

Onverwachte indicatoren
Fabiënne: “Er waren ook veel onverwachte indicatoren, zoals een toename van het aantal meldingen net voor en na de schoolvakanties en seizoenseffecten. Een andere opvallende indicator was dat kale mannen vaker dader van huiselijk geweld lijken te zijn. De komende tijd gaan we de indicatoren verder onder de loep nemen: zijn de indicatoren ook aanwezig in de data en is er al vaker onderzoek naar gedaan? Zo bekijken we welke indicatoren relevant zijn om verder mee te nemen in de pilot.”

Deelvragen
Tijdens de sessie zijn niet alleen indicatoren benoemd, maar ook veel deelvragen. Anne-Lieke Piggen, facilitator Design Thinking Smart Start, is zeer tevreden over de uitkomsten. “Je kunt op verschillende manieren je hoofdvraag verrijken en aanscherpen. Wij hebben dat gedaan vanuit een grote brainstorm en door samen out of the box na te denken over mogelijke deelvragen rond de onderzoeksvraag. De combinatie van bestaande kennis met nieuwe bronnen en verbanden leverde ons verfrissende inzichten en deelvragen op.”

Clusters
Anne-Lieke: “In een voorbereidende sessie hadden we ook al een out of the box-brainstorm gedaan over het onderwerp en de niet voor de hand liggende indicatoren. Deze frisse input is ook verwerkt in de deelvragen. Sommige deelvragen zijn meer verklarend en andere deelvragen meer voorspellend, definiërend of tonen onderlinge relaties met elkaar. Om alles nog duidelijker in beeld te krijgen, hebben we de deelvragen geclusterd in thema’s, waaronder demografische gegevens, relatie met andere problematiek (zoals verslaving en psychische problemen), externe omstandigheden (tijd, seizoen en weer), externe omstandigheden fysieke omgeving (buurt en woning), gezinskenmerken, hulpverlening, school/leerplicht/werk, gezondheid en overig.”

Samenwerking
Volgens Anne-Lieke is de lijst met deelvragen zeer, compleet, verrassend en uiteenlopend met deelvragen als: ‘Zijn mensen die zonnebrillen dragen als de zon niet schijnt vaker slachtoffer?’ tot ‘Wat hebben de GGD, Amarant, de Raad voor de Kinderbescherming, Sterk Huis, Novadic-Kentron en de gemeente met elkaar gemeen?’ Anne-Lieke: “Mooi dat deze laatste deelvraag ook aan bod is gekomen, aangezien onze samenwerking ontzettend belangrijk is in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Als we alle gegevens en informatie van onze organisaties op elkaar leggen, levert dat veel nieuwe kennis op.”

Hoe nu verder?
“Eerst gaan we alle deelvragen verder onderzoeken”, legt Anne-Lieke uit. “Elke indicator en deelvraag nemen we mee in onze rugzak. Sommige deelvragen pakken we snel uit en andere deelvragen blijven nog een tijdje bewaard in de rugzak. Naast de deelvragen nemen we ook andere aandachtspunten mee. De focus ligt nu vooral op gezinsproblematiek met klassieke voorbeelden van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar in onze verdere verdieping willen we ook specifiekere zaken zoals seksueel geweld, stalking of ouderenmishandeling meenemen.”

Koppeling met data
“De komende tijd willen we vooral meer inzicht krijgen in de data van alle deelnemende partners om vervolgens de opgehaalde indicatoren en deelvragen aan deze data te koppelen”, vertelt Anne-Lieke. “Als blijkt dat de data kwalitatief op orde zijn en er ook voldoende bronnen onder liggen, kunnen we het geheel (pseudo-anoniem) gaan analyseren en daarmee de hoofdvraag verder verrijken. Indien nodig zetten we ook CBS-microdata in.”

Creatief en verfrissend
De eerste design thinkingsessie heeft niet alleen waardevolle input opgeleverd, meer ook een nog groter enthousiasme. “Als je met elkaar zou gaan zitten voor een ‘standaard’ brainstorm, kwam je nooit tot deze diepgaande kennis en resultaten”, verklaart Anne-Lieke. “Via de design thinkingmethode ga je aan de slag met creatieve en verfrissende denk- en werkvormen en maak je bewuste vervolgstappen waarin je gaat verbreden, versmallen, clusteren en ook dingen aan elkaar koppelt. Je leert op een andere manier kijken, waardoor je vaak ineens bepaalde structuren ziet waar eerder nog een blinde vlek bestond. Zaken waar je jarenlang een onderbuikgevoel over had, worden nu geanalyseerd en geconcretiseerd.”  

April 2022

Talkshow Be Smart Start

Op 27 november 2022 organiseerde wij onze allereerste talkshow! In twee tafelgesprekken zijn bestuurders, projectleiders en onderzoekers in gesprek gegaan over de ambities, de geleerde lessen en de concrete innovaties die tot nu toe zijn ontwikkeld. En we lanceerde ons nieuwe platform: besmartstart.nl In vogelvlucht presenteerde we ons nieuwe platform Be Smart Start en hoorde je hoe je ermee kunt werken.

Hieronder kun je de talkshow terugkijken

Drie winnaars bij City Deal Challenge Tilburg

“Eigenlijk zijn er alleen maar winnaars bij de City Deal Tilburg Challenge”, vindt de Tilburgse wethouder onderwijs en jeugd Marcelle Hendrickx. Zij laat zich graag inspireren door de oplossingen van de jonge stadsgenoten. “Wanneer je alleen vanuit je eigen perspectief naar een kwestie kijkt, kom je niet tot innovatie. De stad heeft deze studenten nodig. Jullie zijn onze hersenen.”

Binnen de City Deal Challenge Tilburg versterken Tilburg University, Fontys Hogescholen en de gemeente hun samenwerking. Zij dagen studenten uit met oplossingen te komen voor vraagstukken, en deze editie van de Challenge was Smart Start een van de drie vraagstukken.

Lees hier je het gehele artikel.

Data in de zorg: een goed idee?

‘Neem onderbuikgevoelens vooral serieus’

Het programma Smart Start ontwikkelt oplossingen voor sociale vraagstukken, op basis van data, kennis en design thinking (zie kader onderaan). Het gebruik van data in het sociaal domein, zeker in relatie tot kinderen: bij veel mensen roept het nog altijd een angstbeeld op van stigmatisering en privacyschendingen. Een terechte zorg? Of is de angst voor deze vorm van data overtrokken? We vroegen het twee deskundigen: een data scientist en een zorgethicus.

Schending van privacy, stigmatisering, profiling: Patricia Prüfer, hoofd Data Science van CentERdata in Tilburg (een van de partners binnen Smart Start), kent de bezwaren tegen het gebruik van data in de zorg maar al te goed. “En ik snáp dat op zich ook; als je hoort dat we op basis van data en algoritmes gaan kijken naar zware onderwerpen als uithuisplaatsing en verwaarlozing, dan zou je al snel kunnen concluderen dat we stempeltjes gaan zetten op individuele gezinnen en kinderen.”

Strenge regels

Niets is echter minder waar, benadrukt Prüfer. “Om maar meteen even de techniek in te duiken: binnen Smart Start werken we inderdaad met data op persoonsniveau. Maar: deze zogenoemde ‘microdata’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn áltijd gepseudonimiseerd, wat wil zeggen dat ze onder geen enkele voorwaarde zijn te herleiden tot individuele personen. Het gebruik van deze microdata is sowieso aan strenge regels gebonden. Je kunt niet zomaar alles opvragen; je krijgt pas de beschikking over microdata als je een onderbouwd voorstel kunt indienen over waarom en hoe je deze gegevens wilt gebruiken. Bovendien moet je als indienende instantie beschikken over een machtiging. Als gerenommeerd onderzoeksinstituut heeft CentERdata zo’n machtiging, die óók weer gebonden is aan strenge voorwaarden en eisen op het gebied van veiligheid en privacy.”

Ook de analyse op deze data mag niet worden ‘gedraaid’ op persoonsniveau, schetst Prüfer. “De data-analyse mag alleen plaatsvinden op bijvoorbeeld wijk- of buurtniveau. Door de data op deze manier te analyseren, krijgen we meer zicht op de risicofactoren die in combinatie zouden kunnen leiden tot een ‘giftige cocktail’ van problemen. Die kennis gebruiken we vervolgens om te komen tot collectief, preventief beleid.”

Onderbuikgevoelens

Het gebruik van data in de zorg is nog een vrij onontgonnen gebied, schetst zorgethicus Job Tamminga. “Om te beginnen: veel mensen hebben denk ik een te ‘zwaar’ beeld van data en data-analyse. Het probleem met dit soort woorden is dat ze heel ‘groot’ zijn; je kunt er al je onderbuikgevoelens in kwijt. Een begrip als data roept daardoor vaak angst op en wordt al heel snel neergezet tegenover de menselijkheid van de zorg.” Mensen vergeten daarbij volgens Tamminga dat techniek een heel wezenlijk onderdeel is van de gezondheidszorg. “Denk maar aan instrumenten als een stethoscoop of een MRI-scanner. In die zin is data-analyse simpelweg een nieuwe techniek die je gebruikt om de zorg te verbeteren. Vergeet ook niet: data en data-analyse zijn alomtegenwoordig in ons dagelijks leven. Een bedrijf als Ziggo gebruikt data-analyse om je kijkgemak te verhogen, door je kijktips voor te schotelen op basis van je kijkgedrag. In die zin is er weinig nieuws onder de zon.”

Data-analyse is in die zin simpelweg een vorm van de werkelijkheid uitdrukken, denkt Tamminga. “Aan de hand van cijfers probeer je te duiden hoe het met een wijk gaat. Maar zeg je daarmee alles over die wijk? Nee, natuurlijk niet. Data bieden geen heilige waarheid, en data op wijkniveau doen geen recht aan het individu. Betekent dit dat we data-analyse dan maar helemaal moeten afschrijven? Ook dat is onzin. Zoals elke techniek kent ook data-analyse sterke en zwakke punten. Belangrijk is vooral dat je je bewust bent van die zwakke punten. Ja, als je met data-analyse naar een bepaald probleem kijkt, is de kans groot dat je je blindstaart op bepaalde cijfers die naar boven komen. En dat je daardoor niet meer ziet wat er allemaal wél goed gaat. Maar als je je daarvan bewust bent en goed nadenkt over hoe je dit probleem kunt tackelen, dan kan data een goed middel zijn om overzicht te creëren.”  

Design thinking

Precies om deze reden is data-analyse binnen Smart Start maar één component binnen de onderzoeksaanpak, benadrukt Prüfer. “Een deel van ons onderzoek bestaat uit desk research; over heel veel onderwerpen ís namelijk al heel veel informatie beschikbaar. Neem kindermishandeling; daar is al heel veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Vaak weten we al heel goed wat de specifieke risicofactoren zijn die in combinatie kunnen leiden tot problemen op gezinsniveau.” De inzichten vanuit desk research en de data-analyse op wijkniveau worden vervolgens gebruikt als input voor zogenoemde design thinking-sessies, schetst Prüfer. “Design thinking is een innovatietechniek waarbij je in meerdere stappen scherp probeert te krijgen wat het onderliggende probleem is en hoe je dit zou kunnen oplossen. Daarbij betrekken we allerlei stakeholders, zoals ouders, leerkrachten, hulpverleners en huisartsen. Juist de combinatie van praktijkkennis en kennis uit data is belangrijk: data kunnen gerichter verzameld worden op basis van de ervaringen in de praktijk, van alle betrokkenen; andersom kan ervaringsdeskundigheid beter onderbouwd worden door data. De data geven dus richting: ze helpen om een probleem beter te begrijpen. Zo komen we, samen met professionals en mensen uit de doelgroep, tot oplossingen op buurt- en wijkniveau die kunnen voorkómen dat er op individueel of gezinsniveau problemen ontstaan. Zo leidde de eerste Smart Start-pilot op een Tilburgse basisschool tot de ontwikkeling van een Team Op Maat, met professionals die leerlingen én ouders op locatie van de school de ondersteuning kunnen bieden ze nodig hebben.”

Blinde vlek

Tamminga vindt de inzet van design thinking een sterk punt van Smart Start, benadrukt hij. “Soms zie je gebeuren dat er vooraf al een heel duidelijke blauwdruk ligt; we gaan dit en dit doen, op die manier. Vervolgens wordt er aan de mensen die het betreft alleen nog maar gevraagd: hoe kunnen we dit het beste implementeren? Dan ben je dus ronduit te laat; de onderliggende afwegingen zijn dan al gemaakt. Het is goed om te zien dat Smart Start al in een vroeg stadium meerdere perspectieven probeert te betrekken bij de ideevorming; juist daardoor kun je recht doen aan het perspectief van het individu, als tegenhanger van het data-perspectief. Maar, zeg ik er meteen bij: het is dan wél belangrijk dat je genoeg verschillende perspectieven betrekt. Dus niet alleen beleidsmakers en onderzoekers aan tafel, maar juist ook ouders, jongeren, en misschien wel een filosoof en een techneut. Idealiter ga je het gesprek met elkaar aan. Wat willen we samen bereiken? De wereld heeft altijd verschillende perspectieven op wat het juiste is. Neem onderbuikgevoelens ook vooral serieus; die vertegenwoordigen vaak een bepaald perspectief dat misschien wel jouw eigen blinde vlek is. Zeker in de zorg is het belangrijk om daar goed bij stil te staan.”

Vallen en opstaan

Prüfer benadrukt nogmaals dat het Smart Start niet te doen is om het opsporen van individuele gevallen. “We willen vooral meer zicht krijgen op welke combinatie van factoren grotere risico’s vormen voor kwetsbare gezinnen, zodat daar in het beleid rekening mee kan worden gehouden. Als je al vroeg investeert in goed onderwijs en in een betere begeleiding van kwetsbare gezinnen, levert dat onder de streep heel veel op. Nu betaalt een kind vaak de rekening van problemen bij ouders. Hoe ethisch is het om te laten gebeuren dat een kind veel ellende meemaakt?” Tamminga denkt ook dat preventie belangrijk is, al plaatst hij wel een filosofische kanttekening. “Natuurlijk is het belangrijk om excessen en grote problemen te voorkomen door er vroeg bij te zijn, maar tegen welke prijs? Het leven is helaas niet maakbaar, dus er zal altijd iets misgaan. De vraag is daarom bij elke preventieve maatregel wat we precies inleveren om iets te voorkomen.” 

Menselijk contact

Ten slotte wil hij Smart Start meegeven: focus je niet op de data-analyse alléén. “Uiteindelijk draait zorg niet om data en cijfers, maar om menselijk contact; om de relatie die twee mensen met elkaar aangaan. Maak vooral gebruik van de inzichten die de data-analyse oplevert, maar verlies het persoonlijke en het unieke niet uit het oog.”

Smart Start: kansen creëren door het combineren van data en kennis

Op basis van data, kennis en design thinking ontwikkelt het programma Smart Start oplossingen voor sociale vraagstukken; vraagstukken die kinderen raken, en die vragen om collectieve, preventieve oplossingen. Op die manier wil Smart Start ieder kind gelijke ontwikkelkansen bieden, en voorkomen dat kinderen met problemen te maken krijgen die professionals al lang zien aankomen of dat problemen erger worden. Onder data verstaat Smart Start data van bijvoorbeeld het CBS, maar ook inzichten uit onderzoeken. En onder kennis verstaat het programma de ervaringen, kennis en ideeën die mensen inbrengen; van ouders tot jongeren, van professionals tot beleidsmakers, van ontwerpers tot ondernemers.

GGD publiceert Beleidsmonitor Jeugd 2019

Werken met data is natuurlijk niet nieuw. Smart Start-partners CentERdata en GGD Hart voor Brabant hebben veel ervaring met het verzamelen en analyseren van data. In opdracht van de Regio Hart van Brabant stelt bijvoorbeeld de GGD al een aantal jaren een regionale beleidsmonitor Jeugd samen. Elk jaar kiest de GGD voor een andere combinatie van onderzoeksmethodieken, om de doelstellingen uit de Koers Samen met de Jeugd te kunnen meten. Vorig jaar is er bijvoorbeeld gewerkt met storytelling (waarbij verhalen werden opgehaald bij professionals) en de effectencalculator. Dit jaar, 2020, lag de focus voornamelijk op het in beeld brengen van bestaande bronnen en registraties in combinatie met het ophalen van ervaringen van ouders en jeugdigen via cliëntenraden. Sinds vorig jaar zijn er dashboards beschikbaar die de kwantitatieve data in beeld brengen, waardoor de trends beter zichtbaar zijn.

‘Data leidt tot verhelderende inzichten’

Toen het kabinet op zondag 15 maart aankondigde dat de basisscholen per direct dicht zouden gaan vanwege de coronacrisis, kwamen we meteen met alle directeuren binnen ons schoolbestuur Xpect Primair bij elkaar – op veilige afstand uiteraard. Hoe nu verder? Op maandagochtend ontmoette ik vervolgens mijn schoolteam; alle leraren en ondersteuners. Het was mooi om te zien hoeveel energie er vrijkwam. Binnen twee dagen hadden we alle ouders geïnformeerd en het online onderwijs op afstand ingericht. Daar waren we best trots op. 

Inmiddels is de situatie weer enigszins ‘back to normal’. Wat deze coronaperiode ons tot nu toe heeft opgeleverd, is dat we zijn gaan inzien dat online onderwijs goed kan werken. Voor sommige leerlingen bleek het thuisonderwijs zelfs een verademing: leren in een prikkelarme omgeving, in je eigen tempo en volgens je eigen structuur. Dat zijn wel lessen die we op ‘mijn’ school, De Bloemaert in Tilburg, meenemen richting de toekomst. Een leerling van groep 3 volgde – ook nadat de scholen weer deels open gingen – nog wat langer thuisonderwijs, omdat beide ouders tot een risicogroep behoren. Ik zag met eigen ogen hoe deze leerling op afstand actief meedeed met de lessen op school. Voor zijn gevoel zat hij gewoon ‘in de klas’, samen met de andere kinderen.

Wat we medio maart ook meteen zijn gaan doen: elke dag nauwkeurig bijhouden in Excel wat er gebeurde in de scholen. Hoeveel leerlingen zijn er met klachten? Hoeveel leraren? En, toen de scholen weer deels opengingen: hoeveel kinderen worden er alsnog thuisgehouden? Deze en andere data legden we vast voor alle scholen binnen ons bestuur en bespraken we op stedelijk niveau. Daardoor hadden en hebben we goed zicht op trends op bepaalde scholen en in bepaalde wijken. Zo bleek uit de cijfers dat, nadat leerlingen vanaf 11 mei weer deels naar school mochten, in sommige wijken veel kinderen tóch nog thuis werden gehouden. Dit soort trends konden aanleiding zijn voor nader onderzoek. Waarom houden ouders hun kinderen tóch thuis? En wat kunnen we daar eventueel aan doen? 

Een mooi voorbeeld van hoe data kunnen leiden tot inzichten, en hoe ze de aanleiding kunnen vormen voor nader onderzoek en goede gesprekken met ouders. Precies zoals we dat ook met Smart Start beogen. Goed bijgehouden data kunnen leiden tot diepere inzichten en zo nodig tot concrete actie. Op die manier zorgen we ervoor dat leerlingen de kansen krijgen die zij verdienen. 

De afgelopen periode de mensen in het onderwijs, de gemeente Tilburg en partners als Sterk Huis en de GGD ontzettend hard gewerkt om ervoor te zorgen dat het onderwijsproces zoveel mogelijk ‘gewoon’ door kon gaan. Deze zomer maak ik zelf de overstap van Xpect Primair naar de gemeente Tilburg.  Vanuit mijn nieuwe rol binnen het Team Sociaal van de gemeente blijf ik wel actief als projectleider Smart Start. Ook de komende tijd blijf ik met heel veel plezier en energie werken aan een inspirerende en bovenal veilige onderwijsomgeving, met het belang van de leerlingen voorop.

Teun Brand 

Projectleider Smart Start 

Studenten van De Kleine Consultant adviseren Smart Start

Dit is het team van De Kleine Consultant. Twee van hen, Olivia Zegers en Djarno van Horen, vertellen over hun werk voor het programma Smart Start. De Smart Start-gedachte spreekt hen erg aan: Hoe kun je data gebruiken om problemen te voorkomen? Zij gingen aan de slag met de vraag: ‘Hoe kan Smart Start een overdraagbare aanpak ontwikkelen?’. 

Djarno studeert op Tilburg University. Vorig jaar heeft hij een master Finance gedaan en dit jaar doet hij de master Strategic Management. Olivia studeert momenteel de master Data Science, die ze januari 2021 wil afronden. Olivia en Djarno presenteerden 1 juli hun advies aan de stuurgroep en het programmateam Smart Start. Djarno: ‘’In essentie adviseren we dat het programma Smart Start zich in fasen zou moeten ontwikkelen naar een ‘’overdraagbaar concept, een werkboek’’. Dit werkboek stelt vindplaatsen (initiatiefnemers voor een pilot) in staat de Smart Start-manier van werken te implementeren met behulp van Smart Start-coaching. En hiermee onder begeleiding van Smart Start kinderleed te voorkomen door heel Nederland.’’ 

De Kleine Consultant is de eerste door studenten gerunde non-profit strategieconsultant in Nederland. Olivia vertelt: ‘’We delen onze kennis en geven strategisch advies bij startups, non-profit organisaties en maatschappelijke midden- en kleine bedrijven. Begin dit jaar kregen we het aanbod om met Sterk Huis en Smart Start mee te denken en dat sprak ons erg aan. Het doel van Smart Start is grote problemen zoveel mogelijk voorkomen door het combineren van data en kennis. Want álle kinderen en ouders verdienen de beste kansen op een goede toekomst. Problemen als armoede en huiselijk geweld gaan vaak van generatie op generatie over; daar stonden wij als studenten niet zo bij stil. Het is interessant en leerzaam te weten dat je problemen in gezinnen vaak al kunt zien aankomen. Toch is alles er nu op ingericht dat overheid en zorgorganisaties nu vaak wachten tot problemen heel groot zijn en pas daarná hulp inzetten. Het spreekt ons erg aan dat het programma Smart Start samen met ouders, jongeren en professionals, een aanpak ontwikkelt waarmee de risico´s die inwoners lopen eerder gezien worden, en dat data en kennis op een slimme manier gebruikt worden.’’

Vijf vragen aan Olivia en Djarno:

Hoe kwamen jullie bij Smart Start terecht?

“Aan het begin van het jaar hebben wij met de Tilburgse vesting van De Kleine Consultant gebrainstormd over wat voor soort projecten wij graag willen doen. Hier kwam naar voren dat we graag meer maatschappelijke waarde willen toevoegen in Tilburg. Samen met de consultants zijn we op zoek gegaan naar interessante bedrijven die een maatschappelijke meerwaarde hebben. Sterk Huis leek ons de perfecte match, en met hen zijn we op zoek gegaan naar een interessant onderwerp.”

Wat sprak jullie zo aan in het werk van Sterk Huis?

“De veelzijdigheid van Sterk Huis sprak ons direct erg aan. Op maatschappelijk gebied betekent Sterk Huis veel voor Brabant. Wij vinden het een eer dat wij Sterk Huis en de andere Smart Start-partners mogen helpen met het verder ontwikkelen van Smart Start en zo op onze beurt iets terug kunnen doen voor Tilburg en Brabant.” 

Wat spreekt jullie aan in het project Smart Start?

“Toen Vivian Jacobs vertelde over het programma Smart Start, waren we gelijk enthousiast. De combinatie van data en kennis sprak ons erg aan. Daarnaast is een bijdrage aan een programma als Smart Start iets waar wij als De Kleine Consultant een voorkeur voor hebben. Maatschappelijke organisaties met een sociale boodschap helpen is datgene wat ons motiveert. Indirect bijdragen aan minder kinderleed is prachtig!”

Wat wil je graag bereiken met jullie inzet in deze opdracht?

“We willen Smart Start een duidelijk advies geven hoe het programma kan doorgroeien naar een financieel onafhankelijke ‘organisatie’ en hoe je alle betrokkenen vertrouwen kunt geven in het grote potentieel dat Smart Start heeft. Denk dan aan het overdraagbaar maken van de manier van denken en werken, zodat anderen elders pilots willen starten. Die je dan wel vanuit Smart Start coacht en waarvan je de kwaliteit bewaakt.’’ 

‘Wat is jullie opgevallen bij dit project?’

‘’Direct bij het begin van het project werd mij duidelijk dat Smart Start veel betrokken partijen heeft. Gedurende onze samenwerking is duidelijk geworden dat al deze partijen met hetzelfde doel in deze samenwerking staan: kinderleed voorkomen.’’ 

‘’Op welke maatschappelijke thema’s zou Smart Start zich in jullie ogen moeten focussen?’’

‘’Er zijn natuurlijk veel maatschappelijk thema’s die aandacht verdienen. Echter, Smart Start zou zich naar ons inzicht moeten focussen op de thema’s die het meeste leed voorkomen. In ons onderzoek kwamen vier thema’s sterk naar boven: kindermishandeling, schoolverlaters, schooldruk en overgewicht.’’

De adviezen die Djarno, Olivia en de andere studenten van De Kleine Consultant — Ilse van der Noordt, Maik Poetiray en Feline Clement – op 1 juli presenteerden zijn erg positief ontvangen en wordt de komende maanden verder uitgewerkt. Smart Start vond het werken met De Kleine Consultant inspirerend en leerzaam. Vivian Jacobs: ‘’We werken graag met studenten, HBO en WO, en ook deze samenwerking toont aan wat de meerwaarde is van een scherpe blik van buiten, en dan ook nog eens vanuit verschillende disciplines zoals economie, marketing en recht. Wat ons betreft smaakt dit naar meer.’’ Najaar 2020 werkt Smart Start opnieuw samen met studenten, dan in de City Deal, de samenwerking van de gemeente Tilburg met Tilburg University en Fontys Hogescholen.

Meer informatie:
https://www.dekleineconsultant.nl/