Masterclasses Be Smart Start. Meld je aan!

Op verzoek organiseert Smart Start in coproductie met Centerdata in 2023 masterclasses Be Smart Start, voor wie nieuwsgierig is naar Smart Start-denken en werken. En voor wil weten hoe je er zelf mee aan de slag kunt.

Op het online platform besmartstart.nl vind je sinds begin 2022 toolkits Datageletterdheid, Design Thinking en Effectmetingen. In de masterclasses worden deze toolkits praktijk: na een introductie over Smart Start verdiep je je in datageletterdheid, het werken met data voor preventie, en in hoe je die oplossingen samen met de doelgroep kunt ontwikkelen, met design thinking. De twee masterclasses van elk drie dagdelen) kosten elk € 750,-, wil je ze allebei volgen (vijf dagdelen), dan betaal je € 995,-.

Nieuwsgierig?

Symposium Opgroeien in ‘ontwikkelarmoede’ – de eerste 1000 dagen

‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’. Over dit onderwerp deelden onderzoekers, professionals en bestuurders op 16 september hun kennis en ervaringen met 150 deelnemers, tijdens het Smart Start-symposium. En werd het startsein gegeven voor een gelijknamige Smart Start-pilot. Dit symposium werd georganiseerd in samenwerking met Nippur. Dit Brabantse Datasciencebureau koos ervoor hun 20 jarig jubileum te vieren met een cadeau aan het programma Smart Start: het mogelijk maken van een symposium en de dag ervoor een datahackaton.

Van vraagstuk naar innovatie

Elk kind verdient de beste kansen, is het motto van Smart Start. Problemen in gezinnen worden niet in een keer groot, en kunnen veel eerder worden voorkomen. Voor ingewikkelde vraagstukken als voorkomen van uithuisplaatsingen of een lastige start op de basisschool, ontwikkelen teams van onderzoekers, professionals en ouders innovatieve oplossingen. Op basis van data en design thinking en dus op basis van kennis en ervaringen. Opgroeien in ontwikkelarmoede is ook zo’n vraagstuk.

Dat de eerste 1000 dagen in het leven van een kind (vanaf de conceptie) cruciaal zijn voor de ontwikkeling in het verdere leven, is bekend uit veel wetenschappelijk onderzoek. Een aantal van de toonaangevende onderzoekers en deskundigen sprak op het symposium over deze ontwikkeling en over de rol die data kunnen spelen in het eerder zien van risico’s en het voorkomen van problemen. Over wat zij zien in hun werk(veld), uiteenlopend van armoede, neonatologie, gynaecologie en psychiatrie tot datascience en toegepast onderzoek. De presentatie was in handen Pieter Rambags, Nippur-oprichter, en Lian Smits, bestuurder Sterk Huis en met sprekers Patricia Prüfer en Dick den Hertog in 2016 initiator van Smart Start.

20 jaar Nippur

Na een reis door 20 jaar Nippur door Pieter Rambags en medeoprichter Peter Kurstjens introduceerde Lian Smits het thema van de dag, met het verhaal van Smart Start. Het ontstaan en de ambities, het belang van het thema van de dag: ‘’Bij Sterk Huis zien we steeds dat we wachten tot problemen van gezinnen groot zijn en er veel en stevige hulp nodig is. Terwijl we dichterbij het ontstaan van de problemen van betekenis kunnen zijn. Armoede is venijnig en leidt vaak tot meer problemen. We hebben de opdracht te leren van data, kennis en ervaringen. Dat gun ik ons met de deskundige sprekers die hier vandaag zijn.’’ 

Van data naar Hallo Jij!

Patricia Prüfer, onderzoeker bij Centerdata en Anne-Lieke Piggen, beleidsmedewerker Heusden, vertelden over Smart Start in de praktijk, in Heusden. Volgens Anne-Lieke Piggen zet de gemeente Heusden data in om uithuisplaatsing van kinderen te voorkomen. Op een inwonertal van 45.000 zijn er veertig of meer kinderen per jaar die niet thuis wonen. De gemeente zoekt naar de belangrijkste risicofactoren en beschermende factoren en een combinatie daarvan, wil risicogroepen kunnen identificeren, en uiteindelijk collectieve, preventieve interventies ontwikkelen. In gezinnen met een hoge kans op uithuisplaatsing is er vaak sprake van alleenstaande ouders, moeders zonder werk, moeders die op jonge leeftijd een kind gekregen hebben, en die gehuurd wonen.

Anne-Lieke: ”Daarbij hebben we gebruik gemaakt van ‘design thinking’, om in vijf stappen tot oplossingen te komen. Het begint met het vormen van een zo goed mogelijk beeld van de doelgroep. Vervolgens wordt een probleem bij die doelgroep omschreven dat opgelost moet worden. De volgende stap is het bedenken van een groot aantal ideeën die tot een oplossing zouden kunnen leiden. Ideeën en gesignaleerde uitdagingen leiden in samenspraak met de doelgroep tot de keuze voor een oplossing in de praktijk. Die wordt uiteindelijk getest met de doelgroep.’’ Met het concept ‘Hallo jij!’ als resultaat, om jonge aanstaande moeders ‘op positieve en laagdrempelige wijze te ondersteunen. ‘’Het doel is dat alle kinderen in Heusden opgroeien in een veilige omgeving. Twintig jonge moeders maken nu gebruik van Hallo jij! en binnenkort worden de eerste effecten gemeten bij hen en bij andere moeders, de zogenoemde controlegroep.’’

Postcode bepalend voor kansen

Preventie was een belangrijke rode draad in de verhalen die volgden. Eric Steegers, afdelingshoofd Verloskunde en Gynaecologie van het Erasmus MC Rotterdam, vertelde dat de ontwikkeling van een kind al ver vantevoren bepaald wordt, onder meer door een laag geboortegewicht en vroeggeboorte. De kans daarop begint al met de gezondheid van de aanstaande ouders. De eerste weken maken een groot verschil. Een kleiner embryo kan in een later leven leiden tot hoge bloeddruk, een hoog cholesterolgehalte, en tot een hoog lichaamsgewicht. “Daarin speelt de sociale omgeving een grote rol. De postcode is misschien belangrijker dan de erfelijke code.” In Tilburg, bijvoorbeeld, is er een onevenredig groot percentage vroeggeboorten in Oud-Zuid. “Hoe vroeger je begint, hoe meer het oplevert. Interventies tijdens adolescentie leveren weinig op. Dat moet steeds weer worden uitgelegd aan de overheid, op gemeentelijk én landelijk niveau. Op ministeries is grote behoefte aan kennis en gegevens.”

Voorspellen van paniekaanvallen

Floortje Scheepers, afdelingshoofd, hoogleraar Divisie Hersenen, Psychiatrie UMC Utrecht, vertelde hoe datasets ingezet kunnen worden om complex onderzoek te doen. Onderzoek had te lijden van het feit dat niet alle patiënten daarin opgenomen waren, dat geen rekening gehouden werd met veranderingen bij individuen (met andere woorden, die werden beschouwd als statische gegevens), dat indelingen in psychische verschijnselen te grofmazig waren, en dat de mate waarin mentale aandoeningen zich ontwikkelen afhangt van invloeden van buitenaf. Volgens een schema dat ze liet zien kunnen gegevens uit een groot aantal bronnen resulteren in ‘precisie psychiatrie’. Zo zouden agressie en paniekaanvallen te voorspellen zijn. “Data worden bepalend in de zorg”, zei ze. “Maar het onderzoek naar effect zal niet altijd snelle resultaten opleveren. En wat wij doen, kan niet zomaar in andere omgevingen toegepast worden.”

Mogelijkheden zoeken

Ook neonatoloog Daniël Vijlbrief, verbonden aan UMC Utrecht, pleitte voor preventie door data bijeen te brengen. Hij liet zien hoe een te vroeg geboren baby omgeven wordt door een groot aantal apparaten. Die houden elk voor zich gegevens bij maar communiceren onderling niet. Daardoor worden bepaalde signalen, die bijvoorbeeld kunnen wijzen op een beginnende infectie, niet op tijd worden opgepikt. Hij pleitte voor het samenbrengen van data, zoals dat ook gebeurde op IC-afdelingen tijdens de coronapandemie. Daniel Vijlbrief en collega’s hebben net als andere sprekers te maken met ingewikkelheden, tegenstrijdige juridische adviezen, maar blijven op zoek naar mogelijkheden: ‘’Hoe kunnen we voorkomen dat aan mensen met een problematische achtergrond een kind met een probleem toegevoegd wordt? Met data als toekomst.’’

Wendy Jeeninga, onderzoeker bij wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn Tranzo van Tilburg University, haakte daarop in met onderzoek dat ze deed naar de effectiviteit van het programma Nu Niet Zwanger. Dat is als pilot opgezet in Tilburg in 2014, en wordt nu in 172 gemeenten toegepast. Doel is mensen meer bewust te maken van de keuze om al of niet te beginnen aan een zwangerschap. Het leidt ertoe dat ze meer autonoom worden in die keuze, eigen regie nemen, en meer zelfvertrouwen krijgen.

Fatale combinatie

Ralf Embrechts (directeur van de Tilburgse Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij en initiator van Quiet 500) en Mariëtte Lusse (lector aan Hogeschool Rotterdam, waarbij ze zich richt op kinderarmoede en gelijke kansen) spitsten hun bijdragen toe op armoede. Ralf Embrechts: ‘’De tweedeling in de maatschappij blijft groeien. Je kunt het verschijnsel armoede opdelen in verschillende categorieën, maar uiteindelijk gaat het om een tekort aan geld en het niet kunnen meedoen. Een fatale combinatie. Het gevolg is zeven jaar korter leven, en twintig jaar meer ellende.’’

De stress bij ouders erft door op de kinderen. In navolging van Eric Steegers concludeert Ralf Embrechts dat het uitmaakt waar de wieg staat. ‘’Laaggeletterdheid en laaggecijferdheid nemen toe, net als langdurige armoede. Ik pleit voor een samenleving die meer op solidariteit gericht is, waarin bestaanszekerheid gegarandeerd kan worden.’’ 

SOS Kinderarmoede

Ook Mariëtte Lusse ziet de toename van armoede, naar bijna tien procent van de kinderen: ‘’Vooral bij alleenstaande moeders en ‘taalarme’ mensen, maar ook bij het steeds stijgende aantal mensen met slecht betalende flexbanen.’’ Ze demonstreerde de gevolgen van armoede met een video waarin een meisje van elf jaar haar ervaringen deelt: ze voelt zich alleen staan op school, ziet hoe haar moeder fysiek te lijden heeft onder stress, en merkt op dat haar vermogen om te leren achteruit gaat. Mariëtte Lusse bepleit een programma om zulke armoede tegen te gaan, SOS Kinderarmoede. ‘’Gebaseerd op signaleren, het ondersteunen van ouders en een bewuste keuze voor kinderen, en het creëren van kansen. Dat laatste kan variëren van het voorkomen van ongewenste zwangerschap tot het bevorderen van een gezonde leefstijl en het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen.’’ Ook bepleitte ze een betere samenwerking tussen professionals in verschillende fasen van die eerste 1000 dagen, van verloskunde tot kinderopvang.

Een betere wereld

Het belang van het verzamelen en interpreteren van data werd ook benadrukt door Dick den Hertog, hoogleraar Operations Research aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de UvA, en Floortje Scheepers (Medisch afdelingshoofd, hoogleraar Divisie Hersenen, Psychiatrie van UMC Utrecht). Dick den Hertog liet zien hoe hij en zijn studenten met Analytics for a Better World door extrapolatie gunstige omstandigheden kunnen creëren, bijvoorbeeld door voor het Wereld Voedsel Programma te berekenen hoe die organisatie het goedkoopst het juiste voedsel in gebieden van hongersnood kan krijgen, en zodoende miljoenen meer mensen in meer gebieden kan helpen. Voor Ocean Cleanup berekenden ze de optimale vaarroute die twee schepen met een vangnet op een bepaald moeten varen om zoveel mogelijk plastic afval te verzamelen.

Vroeg beginnen

Wat de sprekers aantoonden is dat preventie zo vroeg mogelijk in het leven van een kind moet beginnen om problemen te voorkomen. Het ontsluiten, verzamelen, analyseren en interpreteren van data uit verschillende bronnen is daarin van essentieel belang, altijd in combinatie met duiding,  kennis en ervaringen van de doelgroep en professionals die met jonge ouders en jonge kinderen werken. Evenals de samenwerking tussen verschillende groepen: ouders, professionals in de zorg, databedrijven, én overheden. Zo worden gelijke kansen gecreëerd voor kinderen om zich goed te ontwikkelen, en kunnen ouders doen wat ze willen: hun kinderen veilig en gezond laten opgroeien. Bijkomend gevolgen zijn aanzienlijk lagere kosten (zorg, uitkeringen e.d.) en afnemende behoefte aan personeel, dat immers schaarser wordt. 

Pilot van start

Hiermee bekrachtigde regiomanager GGD Hart voor Brabant Heleen Kamphuys de start van de nieuwste Smart Start-pilot. Startend met een data-analyse voor de gehele regio Hart van Brabant, bevestigden ook de bij Smart Start betrokken wethouders Marielle Doremalen (Gilze en Rijen) en Peter van Steen (Heusden), die op basis van die analyse met collega bestuurders de meest urgente vraagstukken kiezen die met ouders en professionals opgepakt worden. In een design thinking-proces. De deelnemers besloten de kennisrijke dag met een ontmoeting, waarbij ook afspraken werden gemaakt over samen optrekken in de pilot Ontwikkelarmoede en de eerste 1000 dagen.

Nieuwe Smart Start-pilot trapt af met hackathon

De beste kansen in de eerste 1000 dagen van een kind

Op 16 september was de aftrap van de nieuwe Smart Start-pilot ‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’. Dit gebeurde tijdens het gelijknamige symposium dat Smart Start samen met Nippur organiseerde. Het Brabantse Datasciencebureau bestaat twintig jaar. Dit jubileum vierden zij met een cadeau aan een maatschappelijke ‘organisatie’ en relevant thema. Dat werd het programma Smart Start. Voorafgaand aan het symposium organiseerde Nippur voor eigen klanten en de partners van Smart Start een datahackathon (‘hack’ + ‘marathon’), een evenement waarbij in marathonsnelheid naar oplossingen voor vraagstukken wordt gezocht. 

Een Smart Start-pilot begint gewoonlijk met een data-analyse, maar de nieuwe pilot ‘Opgroeien in ontwikkelarmoede – de eerste 1000 dagen van een kind’ trapte af met een hackathon. “Dit als een soort kickstart voor de data-analyse van Smart Start, om alvast goed voorwerk te doen: wat is het vraagstuk, wie is de doelgroep en wat kunnen we binnen één dag leren uit data wanneer verschillende dataprofessionals hiermee aan de slag gaan?”, aldus Peter Kurstjens, medeoprichter Nippur, organisator van de hackathon. 

Goed begin
Veel van deze vragen werden beantwoord tijdens de hackathon. Verre van volledig, maar dat was ook niet het doel. “Het proces van kiemen is gestart, vooral in het leren van elkaar. Nu is het afwachten wanneer de eerste plantjes ontspruiten”, schetst Peter. Een interessant proces voor de deelnemers van de hackathon: mensen van Rijnstate Ziekenhuis, Zorgverzekeraar CZ, DELA, GGD Hart voor Brabant, GGz Eindhoven, de gemeente Gilze en Rijen, Sterk Huis en Veilig Thuis.

Onderzoek databronnen
“Tijdens de hackathon werden de deelnemers ingedeeld in vijf teams. In een actieve workshopachtige setting kregen zij de opdracht om middels een eigen databron te onderzoeken: zegt deze databron iets over het vraagstuk, kunnen we hiermee de doelgroep beter in kaart brengen en kennis opdoen over armoede en de eerste 1000 dagen? Drie teams werkten met de data van Centerdata en Whooz, twee teams met eigen data, CZ en Sterk Huis. De resultaten werden na afloop gepresenteerd in korte pitches. Ook organiseerden we deze dag een mindshare-sessie, waarbij partijen met vergelijkbare ambities, dilemma’s en uitdagingen kennis en inzichten uitwisselden.”

Bevestigingen 
Stefan Cardon, Data Science Lead bij Nippur, begeleidde de hackathon en zag veel moois ontstaan. “Het ging om een sociaal doel, wat veel motivatie met zich meebracht. Tegelijkertijd is het thema wat abstract en moeilijker te voorspellen dan bijvoorbeeld een beurskoers. Het was goed om dingen bevestigd te zien worden: onder meer dat armoede samenhangt met het wel/niet hebben van een partner of opleiding.”

Verrassend
Stefan: “Sommige bevindingen waren verrassend, zoals de samenhang tussen armoede en het aantal sociale contacten of het hebben van slaapproblemen.” Peter: “Wat ons ook verraste, is de waarde van de CZ-databron. Deze blijkt enorm geschikt bij het beantwoorden van Smart Start-gerelateerde vraagstukken die te maken hebben met intergenerationele problematiek. Wanneer mensen in financiële nood komen, blijft de zorgverzekeringsfactuur vaak als eerste liggen. Ook valt er veel kennis te halen uit de zorgdeclaraties. Vraag is alleen: hoe kan deze kennis in de toekomst vaker gedeeld worden, binnen de privacyregels? Je hebt hier te maken met privacygevoelige data en strenge wetgeving.”Privacy-vriendelijke oplossing
Toch is hier misschien ook een oplossing voor, bleek tijdens de mindshare-sessie. Er bestaat namelijk een bedrijf van voormalig TNO’ers, Linksight, dat werkt aan een mechanisme om op een privacy-vriendelijke manier analyses te doen over meerdere datasets zónder de gevoelige data met andere partijen te delen. “Organisaties kunnen dan veilig onderling data uitwisselen. Deze techniek heeft zich inmiddels al bewezen in verschillende andere pilots (onder meer met CZ en het CBS)”, benadrukt Peter. “Hoewel deze commerciële toepassing nog in de maak is, kan deze nieuwe techniek erg interessant zijn voor een programma als Smart Start. Zo zie je maar, een hackathon is vaak het begin van iets nieuws. Nieuw enthousiasme, nieuwe bevindingen en nieuwe ambities. Dat zal deze pilot zeker verder brengen.” 

Aan tafel’ ontbijtsessie “een kansrijke start voor ieder kind”

handjes van kindjes in de lucht

Op 7 juli 2022 wordt de ‘Aan tafel’ ontbijtsessie “een kansrijke start voor ieder kind” georgeniseerd door Fontys Hogeschool Pedagogiek, GGD Hart voor Brabant en Cello. Tijdens deze bijeenkomst gaan we met elkaar in gesprek over de vraag: “wat maakt de eerste 1000 dagen van een leven zo belangrijk?” Gelukkig gaat het heel vaak goed aan de start van een nieuw leven, maar wat maakt nu dat de start stabiel is? Wat is hechting eigenlijk en waarom is hechting zo belangrijk? Wat mooi als het goed gaat… maar wat als het minder goed gaat? En hoe kun je dit voorkomen? Wat zijn beschermende- en risicofactoren? Waar kan je terecht als ouder? Of als hulpverlener? Deskundigen van de GGD Hart voor Brabant en van Herlaarhof/Reinier van Arkel nemen je mee in hun dagelijkse praktijk en vertellen uit ervaring. De Aan Tafel sessie wordt gehouden op onze Fontys locatie in ’s-Hertogenbosch. 

MELD JE HIER AAN

Schat aan deelvragen en indicatoren huiselijk geweld en kindermishandeling

Begin maart vond de eerste design thinkingsessie plaats voor de Smart Start-pilot Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Dit gebeurde onder aanwezigheid van een deel van de partners van het Bestuurlijk Platform Huiselijk Geweld en Kindermishandeling in de Regio Hart van Brabant: Amarant, Veilig Thuis, Sterk Huis, de gemeente Tilburg, GGD Hart voor Brabant, de Raad voor de Kinderbescherming en Novadic-Kentron.

Deze vruchtbare sessie leverde vanuit de hoofdvraag ‘Hoe kunnen we in de regio Hart van Brabant huiselijk geweld en kindermishandeling voorkomen?’ een schat aan indicatoren en deelvragen op. Waardevolle input, die de komende periode aan de hand van onderliggende bronnen en data wordt geanalyseerd, mede ter verrijking en verscherping van de hoofdvraag.

Onderzoek datavolwassenheid 
Het eerste deel van de design thinkingsessie stond, onder leiding van Patricia Prüfer en Fabiënne Reedijk van Centerdata, in het teken van de ervaringen van de deelnemers rond de Smart Start Scan, gericht op ieders datavolwassenheid. Daaruit kwam naar voren dat alle partners hoog scoren als het gaat om kennis over data-analyse. Later volgt nog een rapport met de uitkomsten per organisatie, inclusief aanbevelingen op maat. Dit gecombineerd met een verdere dataverkenning voor het verscherpen van de definitieve onderzoeksvraag.

Risico-indicatoren
Het tweede deel van de sessie bestond uit een grote brainstorm met alle deelnemers, wat allereerst een interessante lijst aan potentiële risico-indicatoren opleverde. Fabiënne Reedijk legt uit: “We willen de doelgroep rondom huiselijk geweld en kindermishandeling beter leren kennen en begrijpen. Vanuit Centerdata doen we dit op een kwantitatieve manier door het onderzoeken van CBS-microdata in combinatie met de data van de deelnemers. Binnen die data gaan we onder andere op zoek naar de risico-indicatoren die tijdens de sessie naar voren kwamen, zodat we de doelgroep steeds specifieker kunnen beschrijven.”

Kenmerken van de wijk
“De lijst met potentiële risico-indicatoren is lang en interessant”, deelt Fabiënne. “De deelnemers noemden onder meer de volgende factoren die mogelijk invloed hebben op huiselijk geweld en kindermishandeling: gezondheid, jeugdhulp, Wmo-begeleiding, kenmerken van de wijk (zoals de aanwezigheid van speeltuintjes, openbaar groen, afstand tot de kroeg, het bouwjaar/type van huizen en de afstand tot school) en meldingen van overlast en inbraken.”

Onverwachte indicatoren
Fabiënne: “Er waren ook veel onverwachte indicatoren, zoals een toename van het aantal meldingen net voor en na de schoolvakanties en seizoenseffecten. Een andere opvallende indicator was dat kale mannen vaker dader van huiselijk geweld lijken te zijn. De komende tijd gaan we de indicatoren verder onder de loep nemen: zijn de indicatoren ook aanwezig in de data en is er al vaker onderzoek naar gedaan? Zo bekijken we welke indicatoren relevant zijn om verder mee te nemen in de pilot.”

Deelvragen
Tijdens de sessie zijn niet alleen indicatoren benoemd, maar ook veel deelvragen. Anne-Lieke Piggen, facilitator Design Thinking Smart Start, is zeer tevreden over de uitkomsten. “Je kunt op verschillende manieren je hoofdvraag verrijken en aanscherpen. Wij hebben dat gedaan vanuit een grote brainstorm en door samen out of the box na te denken over mogelijke deelvragen rond de onderzoeksvraag. De combinatie van bestaande kennis met nieuwe bronnen en verbanden leverde ons verfrissende inzichten en deelvragen op.”

Clusters
Anne-Lieke: “In een voorbereidende sessie hadden we ook al een out of the box-brainstorm gedaan over het onderwerp en de niet voor de hand liggende indicatoren. Deze frisse input is ook verwerkt in de deelvragen. Sommige deelvragen zijn meer verklarend en andere deelvragen meer voorspellend, definiërend of tonen onderlinge relaties met elkaar. Om alles nog duidelijker in beeld te krijgen, hebben we de deelvragen geclusterd in thema’s, waaronder demografische gegevens, relatie met andere problematiek (zoals verslaving en psychische problemen), externe omstandigheden (tijd, seizoen en weer), externe omstandigheden fysieke omgeving (buurt en woning), gezinskenmerken, hulpverlening, school/leerplicht/werk, gezondheid en overig.”

Samenwerking
Volgens Anne-Lieke is de lijst met deelvragen zeer, compleet, verrassend en uiteenlopend met deelvragen als: ‘Zijn mensen die zonnebrillen dragen als de zon niet schijnt vaker slachtoffer?’ tot ‘Wat hebben de GGD, Amarant, de Raad voor de Kinderbescherming, Sterk Huis, Novadic-Kentron en de gemeente met elkaar gemeen?’ Anne-Lieke: “Mooi dat deze laatste deelvraag ook aan bod is gekomen, aangezien onze samenwerking ontzettend belangrijk is in de aanpak tegen huiselijk geweld en kindermishandeling. Als we alle gegevens en informatie van onze organisaties op elkaar leggen, levert dat veel nieuwe kennis op.”

Hoe nu verder?
“Eerst gaan we alle deelvragen verder onderzoeken”, legt Anne-Lieke uit. “Elke indicator en deelvraag nemen we mee in onze rugzak. Sommige deelvragen pakken we snel uit en andere deelvragen blijven nog een tijdje bewaard in de rugzak. Naast de deelvragen nemen we ook andere aandachtspunten mee. De focus ligt nu vooral op gezinsproblematiek met klassieke voorbeelden van huiselijk geweld en kindermishandeling, maar in onze verdere verdieping willen we ook specifiekere zaken zoals seksueel geweld, stalking of ouderenmishandeling meenemen.”

Koppeling met data
“De komende tijd willen we vooral meer inzicht krijgen in de data van alle deelnemende partners om vervolgens de opgehaalde indicatoren en deelvragen aan deze data te koppelen”, vertelt Anne-Lieke. “Als blijkt dat de data kwalitatief op orde zijn en er ook voldoende bronnen onder liggen, kunnen we het geheel (pseudo-anoniem) gaan analyseren en daarmee de hoofdvraag verder verrijken. Indien nodig zetten we ook CBS-microdata in.”

Creatief en verfrissend
De eerste design thinkingsessie heeft niet alleen waardevolle input opgeleverd, meer ook een nog groter enthousiasme. “Als je met elkaar zou gaan zitten voor een ‘standaard’ brainstorm, kwam je nooit tot deze diepgaande kennis en resultaten”, verklaart Anne-Lieke. “Via de design thinkingmethode ga je aan de slag met creatieve en verfrissende denk- en werkvormen en maak je bewuste vervolgstappen waarin je gaat verbreden, versmallen, clusteren en ook dingen aan elkaar koppelt. Je leert op een andere manier kijken, waardoor je vaak ineens bepaalde structuren ziet waar eerder nog een blinde vlek bestond. Zaken waar je jarenlang een onderbuikgevoel over had, worden nu geanalyseerd en geconcretiseerd.”  

April 2022

Talkshow Be Smart Start

Op 27 november 2022 organiseerde wij onze allereerste talkshow! In twee tafelgesprekken zijn bestuurders, projectleiders en onderzoekers in gesprek gegaan over de ambities, de geleerde lessen en de concrete innovaties die tot nu toe zijn ontwikkeld. En we lanceerde ons nieuwe platform: besmartstart.nl In vogelvlucht presenteerde we ons nieuwe platform Be Smart Start en hoorde je hoe je ermee kunt werken.

Hieronder kun je de talkshow terugkijken

Drie winnaars bij City Deal Challenge Tilburg

“Eigenlijk zijn er alleen maar winnaars bij de City Deal Tilburg Challenge”, vindt de Tilburgse wethouder onderwijs en jeugd Marcelle Hendrickx. Zij laat zich graag inspireren door de oplossingen van de jonge stadsgenoten. “Wanneer je alleen vanuit je eigen perspectief naar een kwestie kijkt, kom je niet tot innovatie. De stad heeft deze studenten nodig. Jullie zijn onze hersenen.”

Binnen de City Deal Challenge Tilburg versterken Tilburg University, Fontys Hogescholen en de gemeente hun samenwerking. Zij dagen studenten uit met oplossingen te komen voor vraagstukken, en deze editie van de Challenge was Smart Start een van de drie vraagstukken.

Lees hier je het gehele artikel.

Data in de zorg: een goed idee?

‘Neem onderbuikgevoelens vooral serieus’

Het programma Smart Start ontwikkelt oplossingen voor sociale vraagstukken, op basis van data, kennis en design thinking (zie kader onderaan). Het gebruik van data in het sociaal domein, zeker in relatie tot kinderen: bij veel mensen roept het nog altijd een angstbeeld op van stigmatisering en privacyschendingen. Een terechte zorg? Of is de angst voor deze vorm van data overtrokken? We vroegen het twee deskundigen: een data scientist en een zorgethicus.

Schending van privacy, stigmatisering, profiling: Patricia Prüfer, hoofd Data Science van CentERdata in Tilburg (een van de partners binnen Smart Start), kent de bezwaren tegen het gebruik van data in de zorg maar al te goed. “En ik snáp dat op zich ook; als je hoort dat we op basis van data en algoritmes gaan kijken naar zware onderwerpen als uithuisplaatsing en verwaarlozing, dan zou je al snel kunnen concluderen dat we stempeltjes gaan zetten op individuele gezinnen en kinderen.”

Strenge regels

Niets is echter minder waar, benadrukt Prüfer. “Om maar meteen even de techniek in te duiken: binnen Smart Start werken we inderdaad met data op persoonsniveau. Maar: deze zogenoemde ‘microdata’ van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn áltijd gepseudonimiseerd, wat wil zeggen dat ze onder geen enkele voorwaarde zijn te herleiden tot individuele personen. Het gebruik van deze microdata is sowieso aan strenge regels gebonden. Je kunt niet zomaar alles opvragen; je krijgt pas de beschikking over microdata als je een onderbouwd voorstel kunt indienen over waarom en hoe je deze gegevens wilt gebruiken. Bovendien moet je als indienende instantie beschikken over een machtiging. Als gerenommeerd onderzoeksinstituut heeft CentERdata zo’n machtiging, die óók weer gebonden is aan strenge voorwaarden en eisen op het gebied van veiligheid en privacy.”

Ook de analyse op deze data mag niet worden ‘gedraaid’ op persoonsniveau, schetst Prüfer. “De data-analyse mag alleen plaatsvinden op bijvoorbeeld wijk- of buurtniveau. Door de data op deze manier te analyseren, krijgen we meer zicht op de risicofactoren die in combinatie zouden kunnen leiden tot een ‘giftige cocktail’ van problemen. Die kennis gebruiken we vervolgens om te komen tot collectief, preventief beleid.”

Onderbuikgevoelens

Het gebruik van data in de zorg is nog een vrij onontgonnen gebied, schetst zorgethicus Job Tamminga. “Om te beginnen: veel mensen hebben denk ik een te ‘zwaar’ beeld van data en data-analyse. Het probleem met dit soort woorden is dat ze heel ‘groot’ zijn; je kunt er al je onderbuikgevoelens in kwijt. Een begrip als data roept daardoor vaak angst op en wordt al heel snel neergezet tegenover de menselijkheid van de zorg.” Mensen vergeten daarbij volgens Tamminga dat techniek een heel wezenlijk onderdeel is van de gezondheidszorg. “Denk maar aan instrumenten als een stethoscoop of een MRI-scanner. In die zin is data-analyse simpelweg een nieuwe techniek die je gebruikt om de zorg te verbeteren. Vergeet ook niet: data en data-analyse zijn alomtegenwoordig in ons dagelijks leven. Een bedrijf als Ziggo gebruikt data-analyse om je kijkgemak te verhogen, door je kijktips voor te schotelen op basis van je kijkgedrag. In die zin is er weinig nieuws onder de zon.”

Data-analyse is in die zin simpelweg een vorm van de werkelijkheid uitdrukken, denkt Tamminga. “Aan de hand van cijfers probeer je te duiden hoe het met een wijk gaat. Maar zeg je daarmee alles over die wijk? Nee, natuurlijk niet. Data bieden geen heilige waarheid, en data op wijkniveau doen geen recht aan het individu. Betekent dit dat we data-analyse dan maar helemaal moeten afschrijven? Ook dat is onzin. Zoals elke techniek kent ook data-analyse sterke en zwakke punten. Belangrijk is vooral dat je je bewust bent van die zwakke punten. Ja, als je met data-analyse naar een bepaald probleem kijkt, is de kans groot dat je je blindstaart op bepaalde cijfers die naar boven komen. En dat je daardoor niet meer ziet wat er allemaal wél goed gaat. Maar als je je daarvan bewust bent en goed nadenkt over hoe je dit probleem kunt tackelen, dan kan data een goed middel zijn om overzicht te creëren.”  

Design thinking

Precies om deze reden is data-analyse binnen Smart Start maar één component binnen de onderzoeksaanpak, benadrukt Prüfer. “Een deel van ons onderzoek bestaat uit desk research; over heel veel onderwerpen ís namelijk al heel veel informatie beschikbaar. Neem kindermishandeling; daar is al heel veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Vaak weten we al heel goed wat de specifieke risicofactoren zijn die in combinatie kunnen leiden tot problemen op gezinsniveau.” De inzichten vanuit desk research en de data-analyse op wijkniveau worden vervolgens gebruikt als input voor zogenoemde design thinking-sessies, schetst Prüfer. “Design thinking is een innovatietechniek waarbij je in meerdere stappen scherp probeert te krijgen wat het onderliggende probleem is en hoe je dit zou kunnen oplossen. Daarbij betrekken we allerlei stakeholders, zoals ouders, leerkrachten, hulpverleners en huisartsen. Juist de combinatie van praktijkkennis en kennis uit data is belangrijk: data kunnen gerichter verzameld worden op basis van de ervaringen in de praktijk, van alle betrokkenen; andersom kan ervaringsdeskundigheid beter onderbouwd worden door data. De data geven dus richting: ze helpen om een probleem beter te begrijpen. Zo komen we, samen met professionals en mensen uit de doelgroep, tot oplossingen op buurt- en wijkniveau die kunnen voorkómen dat er op individueel of gezinsniveau problemen ontstaan. Zo leidde de eerste Smart Start-pilot op een Tilburgse basisschool tot de ontwikkeling van een Team Op Maat, met professionals die leerlingen én ouders op locatie van de school de ondersteuning kunnen bieden ze nodig hebben.”

Blinde vlek

Tamminga vindt de inzet van design thinking een sterk punt van Smart Start, benadrukt hij. “Soms zie je gebeuren dat er vooraf al een heel duidelijke blauwdruk ligt; we gaan dit en dit doen, op die manier. Vervolgens wordt er aan de mensen die het betreft alleen nog maar gevraagd: hoe kunnen we dit het beste implementeren? Dan ben je dus ronduit te laat; de onderliggende afwegingen zijn dan al gemaakt. Het is goed om te zien dat Smart Start al in een vroeg stadium meerdere perspectieven probeert te betrekken bij de ideevorming; juist daardoor kun je recht doen aan het perspectief van het individu, als tegenhanger van het data-perspectief. Maar, zeg ik er meteen bij: het is dan wél belangrijk dat je genoeg verschillende perspectieven betrekt. Dus niet alleen beleidsmakers en onderzoekers aan tafel, maar juist ook ouders, jongeren, en misschien wel een filosoof en een techneut. Idealiter ga je het gesprek met elkaar aan. Wat willen we samen bereiken? De wereld heeft altijd verschillende perspectieven op wat het juiste is. Neem onderbuikgevoelens ook vooral serieus; die vertegenwoordigen vaak een bepaald perspectief dat misschien wel jouw eigen blinde vlek is. Zeker in de zorg is het belangrijk om daar goed bij stil te staan.”

Vallen en opstaan

Prüfer benadrukt nogmaals dat het Smart Start niet te doen is om het opsporen van individuele gevallen. “We willen vooral meer zicht krijgen op welke combinatie van factoren grotere risico’s vormen voor kwetsbare gezinnen, zodat daar in het beleid rekening mee kan worden gehouden. Als je al vroeg investeert in goed onderwijs en in een betere begeleiding van kwetsbare gezinnen, levert dat onder de streep heel veel op. Nu betaalt een kind vaak de rekening van problemen bij ouders. Hoe ethisch is het om te laten gebeuren dat een kind veel ellende meemaakt?” Tamminga denkt ook dat preventie belangrijk is, al plaatst hij wel een filosofische kanttekening. “Natuurlijk is het belangrijk om excessen en grote problemen te voorkomen door er vroeg bij te zijn, maar tegen welke prijs? Het leven is helaas niet maakbaar, dus er zal altijd iets misgaan. De vraag is daarom bij elke preventieve maatregel wat we precies inleveren om iets te voorkomen.” 

Menselijk contact

Ten slotte wil hij Smart Start meegeven: focus je niet op de data-analyse alléén. “Uiteindelijk draait zorg niet om data en cijfers, maar om menselijk contact; om de relatie die twee mensen met elkaar aangaan. Maak vooral gebruik van de inzichten die de data-analyse oplevert, maar verlies het persoonlijke en het unieke niet uit het oog.”

Smart Start: kansen creëren door het combineren van data en kennis

Op basis van data, kennis en design thinking ontwikkelt het programma Smart Start oplossingen voor sociale vraagstukken; vraagstukken die kinderen raken, en die vragen om collectieve, preventieve oplossingen. Op die manier wil Smart Start ieder kind gelijke ontwikkelkansen bieden, en voorkomen dat kinderen met problemen te maken krijgen die professionals al lang zien aankomen of dat problemen erger worden. Onder data verstaat Smart Start data van bijvoorbeeld het CBS, maar ook inzichten uit onderzoeken. En onder kennis verstaat het programma de ervaringen, kennis en ideeën die mensen inbrengen; van ouders tot jongeren, van professionals tot beleidsmakers, van ontwerpers tot ondernemers.

GGD publiceert Beleidsmonitor Jeugd 2019

Werken met data is natuurlijk niet nieuw. Smart Start-partners CentERdata en GGD Hart voor Brabant hebben veel ervaring met het verzamelen en analyseren van data. In opdracht van de Regio Hart van Brabant stelt bijvoorbeeld de GGD al een aantal jaren een regionale beleidsmonitor Jeugd samen. Elk jaar kiest de GGD voor een andere combinatie van onderzoeksmethodieken, om de doelstellingen uit de Koers Samen met de Jeugd te kunnen meten. Vorig jaar is er bijvoorbeeld gewerkt met storytelling (waarbij verhalen werden opgehaald bij professionals) en de effectencalculator. Dit jaar, 2020, lag de focus voornamelijk op het in beeld brengen van bestaande bronnen en registraties in combinatie met het ophalen van ervaringen van ouders en jeugdigen via cliëntenraden. Sinds vorig jaar zijn er dashboards beschikbaar die de kwantitatieve data in beeld brengen, waardoor de trends beter zichtbaar zijn.